22 juli 2026
WOZ / Vergelijkbaarheid door functieaanduiding
X stelt dat de vergelijkingsobjecten onvoldoende vergelijkbaar zijn met de onroerende zaak vanwege haar agrarische bestemming. De heffingsambtenaar betwist dit. Volgens hem zijn de drie vergelijkingsobjecten, waarvan twee een woonbestemming en één de bestemming ‘agrarisch met waarden’ heeft, voldoende vergelijkbaar. De agrarische bestemming beperkt volgens de heffingsambtenaar de verkoopbaarheid van de woning niet, omdat deze als reguliere woning kan worden verkocht. Het hof volgt de heffingsambtenaar. (...)Lees meer22 juli 2026
WOZ / Aangekochte inventaris van referentiewoningen niet gecorrigeerd
X voert aan dat de referentiewoningen die de heffingsambtenaar heeft geselecteerd onbruikbaar zijn, nu deze bij hun verkoop inclusief hun inventaris verkocht zijn. De inventaris is zodoende verdisconteerd in de verkoopprijs, terwijl de woning van X zonder inventaris is aangekocht. De rechtbank volgt de stelling van X, omdat deze overtuigend is onderbouwd en door de heffingsambtenaar onvoldoende weersproken is. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet overtuigend is berekend, en stelt deze ambtshalve schattend vast op een lager bedrag.Lees meer22 juli 2026
WOZ / Verlenging levensduur afbouw
De levensduur van een onroerende zaak wordt bij stichting bepaald en kan slechts bij bijzondere omstandigheden worden verlengd. X stelt daarom dat de heffingsambtenaar de levensduur van de ruwbouw ten onrechte heeft verlengd. Het hof oordeelt echter dat de heffingsambtenaar terecht is uitgegaan van de levensduur die naar zijn huidige inschatting passend is. Daarbij heeft hij niet alleen rekening gehouden met gebouwen waarvoor een levensduur aan de bovenkant van de bandbreedte van de taxatiewijzer passend is, maar ook met gebouwen waarvan de toestand een kortere levensduur rechtvaardigt. Slechts voor één bouwdeel is de levensduur verlengd. De heffingsambtenaar heeft deze verlenging voldoende gemotiveerd en toegelicht.Lees meer22 juli 2026
WOZ / Abandonneringskosten, werktuigenvrijstelling en excessieve gebruikskosten van een gaswinningslocatie
In geschil is de WOZ-waarde van een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie, bestaande uit grond en opstallen. De opstallen worden onderscheiden in putten, installaties en infrastructuur/gebouwen. Bij de waardebepaling zijn de abandonneringskosten, de werktuigenuitzondering en de correctie wegens excessieve gebruikskosten in geschil. Het hof oordeelt dat de abandonneringsverplichtingen uitsluitend voor de putten in aanmerking mogen worden genomen, omdat deze uitsluitend voor gaswinning zijn aangelegd en niet geschikt zijn voor andere doeleinden. De concessieverplichtingen gelden niet voor de installaties en infrastructuur/gebouwen. (...)Lees meer21 juli 2026
Rioolheffing / Afvoer van afvalwater via een gemeenschappelijk toilet
In geschil zijn de aanslagen rioolheffing voor twee panden met meerdere units. Omdat de Verordening de afvoer van hemelwater niet als belastbaar feit aanmerkt, gaat het uitsluitend om de afvoer van afvalwater. Gelet op de inrichting en het gebruik van de panden kan alleen het gemeenschappelijke toilet in pand 2 afvalwater afvoeren. In geschil is of deze afvoer aan de units kan worden toegerekend. X stelt dat het toilet door de unitgebruikers slechts sporadisch of niet wordt gebruikt en dat het toilet vanwege zijn indeling en functie een zelfstandig perceel vormt. De rechtbank volgt dit niet. (...)Lees meer21 juli 2026
