12 augustus 2026
Formeel / Geen schending van hoorplicht
In geschil is of de hoorplicht is geschonden. X stelt dat hij tijdens de hoorzitting is overvallen door de mededeling dat de WOZ-waarde wordt gebaseerd op koopcijfers uit een hem tot dan toe onbekend taxatieverslag. GBLT had hem hierover voorafgaand aan de hoorzitting niet geïnformeerd. De rechtbank overweegt dat X voorafgaand aan de hoorzitting alle relevante stukken digitaal kon inzien en deze desgewenst op kantoor kon bekijken. Voor zover de hoorplicht al zou zijn geschonden, passeert de rechtbank dit gebrek met toepassing van art. 6:22 Awb, omdat X daardoor niet wezenlijk in zijn processuele belangen is benadeeld. Het staat de heffingsambtenaar immers vrij om in iedere fase van de procedure betere, rond de waardepeildatum gerealiseerde koopcijfers van vergelijkbare objecten aan te dragen. Het beroep is ongegrond.Lees meer10 augustus 2026
Formeel / Kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht
Het procedeergedrag van de gemachtigde roept vragen op. Het indienen van een bezwaarschrift met een grond die geen inhoudelijke relatie heeft met de feiten, het herhaaldelijk verzenden van betaalbewijzen op een wijze waardoor deze de heffingsambtenaar niet bereiken, en het uitblijven van een reactie nadat hij daarop is gewezen, wekken de indruk dat de gemachtigde bewust aanstuurt op een beroepsprocedure om daarin alsnog bewijs over te leggen en een proceskostenvergoeding te verkrijgen. Dit kan worden aangemerkt als kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Indien dit beeld ook in andere zaken wordt bevestigd, kan het hof de belanghebbende, aan wie dit gedrag moet worden toegerekend, in de kosten van de heffingsambtenaar veroordelen. Het hoger beroep van X is ongegrond. Lees meer07 augustus 2026
WOZ / Huurovereenkomsten en huurinlichtingenformulieren vallen niet onder de reikwijdte van art. 40 lid 2 Wet WOZ
De Hoge Raad overweegt dat indien de huurwaardekapitalisatiemethode is gehanteerd, de gehanteerde huurwaarde en de kapitalisatiefactor van de onroerende zaak tot de gegevens behoren die aan de waardevaststelling ten grondslag liggen in de zin van art. 40 lid 2 WOZ. Daaronder vallen ook de huurwaarde en de kapitalisatiefactor van vergelijkingspanden, inclusief hun huur- en verkoopprijzen. Daaronder vallen niet de bronnen waaruit die gegevens met betrekking tot de vergelijkingspanden zijn afgeleid. De huurovereenkomsten en huurinlichtingenformulieren zijn door de heffingsambtenaar niet rechtstreeks gebruikt voor de vaststelling van de waarde van de kantoorvilla. (...) Lees meer06 augustus 2026
WOZ / Feitelijk gebruik als bosgrond niet waardedrukkend
X stelt dat de waarde van zijn perceel moet worden verlaagd, omdat het uitsluitend als bosgrond wordt gebruikt. De rechtbank volgt dit niet. Het perceel moet worden gewaardeerd naar de waarde in het economische verkeer, waarbij de bestemming ‘Bos met aanduiding recreatiewoning’ van belang is. Dat X het perceel feitelijk alleen als bosgrond gebruikt, heeft daarom geen waardedrukkend effect. X kan immers een recreatiewoning op het perceel bouwen. De heffingsambtenaar heeft dan ook terecht geen aftrek toegepast voor het huidige gebruik als bosgrond.Lees meer04 augustus 2026
Formeel / Verwarrende informatie over parkeervergunning leidt tot schending vertrouwensbeginsel
X stelt dat zij op grond van haar parkeervergunning in de straat mocht parkeren. Uit de Verordening en het Aanwijzingsbesluit volgt echter dat deze straat niet tot het vergunninggebied behoort. De naheffingsaanslagen zijn daarom in beginsel terecht opgelegd. De rechtbank overweegt echter dat X zich terecht beroept op het vertrouwensbeginsel. Hoewel de informatie op de gemeentelijke website formeel juist is, is deze verwarrend. Op de pagina over het vergunninggebied staat de straat vermeld als een straat waarvoor bewoners een vergunning kunnen aanvragen, terwijl de straat niet voorkomt in de verderop opgenomen lijst van de daadwerkelijke vergunninggebieden. De rechtbank acht deze informatie voor een burger moeilijk te doorgronden. Nu ter zitting is gebleken dat X hierdoor daadwerkelijk in de veronderstelling verkeerde dat zij in de straat mocht parkeren, is het vertrouwensbeginsel geschonden.Lees meer04 augustus 2026
