20 maart 2026
Formeel / Verdeling van stelplicht en bewijslast bij afwijking van taxatiewijzer
Een redelijke verdeling van de stelplicht en bewijslast brengt mee dat de partij die een beroep doet op een afwijking van de richtsnoeren uit een taxatiewijzer, terwijl zij die taxatiewijzer als uitgangspunt voor het desbetreffende aspect van de waardering heeft aanvaard, de gronden daarvoor moet stellen en bij betwisting aannemelijk moet maken. Indien die partij de belanghebbende is, vormt dit een uitzondering op de regel dat de stelplicht en bewijslast in eerste instantie op de heffingsambtenaar rusten. X heeft kenbaar gemaakt dat zij zich niet kan vinden in de richtsnoeren die de Taxatiewijzer en de daarbij behorende kengetallen geven met betrekking tot de restwaardes. Daarom bestaat geen grond om met betrekking tot de restwaardes een uitzondering aan te nemen op de regel dat de stelplicht en bewijslast in eerste instantie op de heffingsambtenaar rusten. Lees meer20 maart 2026
Formeel / Wijziging standpunt ontvankelijkheid na inhoudelijke beslissing
Het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel verzetten zich ertegen dat een bestuursorgaan dat inhoudelijk op het bezwaar heeft beslist, in (hoger) beroep alsnog het standpunt inneemt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens onverschoonbare termijnoverschrijding. Op dit uitgangspunt is een uitzondering mogelijk indien (i) X vóór de uitspraak op bezwaar onjuiste of onvolledige feitelijke informatie aan het bestuursorgaan heeft verstrekt die van belang is voor de beoordeling van de tijdigheid van het bezwaar of van de verschoonbaarheid van de ontijdigheid daarvan, dan wel het bestuursorgaan de juiste en volledige informatie daarover in strijd met een wettelijke verplichting heeft onthouden, terwijl (ii) X redelijkerwijs had moeten weten dat het bestuursorgaan daardoor niet in staat was de ontvankelijkheid van het bezwaar goed en volledig te beoordelen, en (iii) het bestuursorgaan (mede) op basis van die onjuiste of onvolledige feitelijke informatie, dan wel als gevolg van het ontbreken van de aan hem onthouden juiste en volledige informatie, de ontvankelijkheid van het bezwaar heeft aangenomen.Lees meer20 maart 2026
WOZ / Matiging niet beperkt tot geschilpunten van ondergeschikt belang
Art. 2 lid 2 Bpb strekt ertoe de rechter de mogelijkheid te bieden de proceskostenvergoeding te verminderen in gevallen waarin een veroordeling van het bestuursorgaan tot vergoeding van dat volledige bedrag onredelijk zou zijn. Het gaat erom of onverkorte toepassing van lid 1 onredelijk is in het licht van het gewicht van de geschilpunten waarop X in het gelijk is gesteld. De mogelijkheid tot matiging is niet beperkt tot gevallen waarin X in het gelijk is gesteld op een punt van ondergeschikt belang. Ook in gevallen waarin de geschilpunten waarop X gelijk krijgt niet van ondergeschikt belang zijn, bestaat de mogelijkheid dat het gewicht van deze punten lichter is dan het gewicht van de zaak in zijn geheel. Het is daardoor mogelijk dat de rechter ook in zulke gevallen aanleiding vindt om de proceskostenvergoeding te matigen.Lees meer18 maart 2026
BIZ / Tweede draagvlakmeting toegestaan
X stelt dat de Verordening niet in werking is getreden, omdat de vereiste draagvlakmeting niet rechtsgeldig zou hebben plaatsgevonden. X voert aan dat het college, nadat uit de eerste draagvlakmeting bleek dat er geen draagvlak was, geen tweede stemronde had mogen organiseren. Het hof oordeelt dat hoewel uit de eerste draagvlakmeting bleek dat niet werd voldaan aan het minimale aantal stemgerechtigden, dit niet betekent dat het college geen nieuwe draagvlakmeting mag organiseren. De Verordening geeft het college een discretionaire bevoegdheid om draagvlakmetingen te organiseren en heeft hierbij het organiseren van een tweede draagvlakmeting niet verboden.(...)Lees meer18 maart 2026
Onroerende-zaakbelasting / Toepassing van beleidsregels bij gelijke aandelen in het genotsrecht
X was samen met zijn voormalig partner eigenaar van de woning en stond als enige in de BRP ingeschreven. Zowel X als zijn voormalig partner zijn belastingplichtig. Met betrekking tot de belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht (OZB en watersysteemheffing gebouwd) is in de Beleidsregels bepaald dat in het geval van gelijke aandelen in het genotsrecht de aanslagen worden opgelegd op naam van de oudste in leeftijd. X is de oudste in leeftijd. De Beleidsregels bevatten slechts een voorkeursvolgorde. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar, door de Beleidsregels toe te passen, gehandeld heeft binnen zijn bevoegdheidskader. Dat de heffingsambtenaar mocht afwijken van de Beleidsregels en dit niet heeft gedaan, maakt niet dat het handelen van de heffingsambtenaar onrechtmatig was. Lees meer13 maart 2026
