Verdeling van stelplicht en bewijslast bij afwijking van taxatiewijzer
Een redelijke verdeling van de stelplicht en bewijslast brengt mee dat de partij die een beroep doet op een afwijking van de richtsnoeren uit een taxatiewijzer, terwijl zij die taxatiewijzer als uitgangspunt voor het desbetreffende aspect van de waardering heeft aanvaard, de gronden daarvoor moet stellen en bij betwisting aannemelijk moet maken. Indien die partij de belanghebbende is, vormt dit een uitzondering op de regel dat de stelplicht en bewijslast in eerste instantie op de heffingsambtenaar rusten. X heeft kenbaar gemaakt dat zij zich niet kan vinden in de richtsnoeren die de Taxatiewijzer en de daarbij behorende kengetallen geven met betrekking tot de restwaardes. Daarom bestaat geen grond om met betrekking tot de restwaardes een uitzondering aan te nemen op de regel dat de stelplicht en bewijslast in eerste instantie op de heffingsambtenaar rusten.
Terug naar kennisbankDATUM:
20 maart 2026
ECLI:
ECLI:NL:HR:2026:438
ZAAKNUMMER:
23/02821
INSTANTIE:
Hoge Raad
