12 juli 2022
Reclamebelasting / Heffing vindt plaats van de feitelijk gebruiker
X is eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw in de gemeente Berkelland dat deels wordt verhuurd aan een yogastudio en een praktijk voor osteopathie. Beide huurders hadden borden aangebracht die zichtbaar waren vanaf de openbare weg. Ingevolge de verordening wordt een onroerende zaak afgebakend overeenkomstig art. 16 Wet WOZ, en wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak. Volgens de heffingsambtenaar is sprake van onzelfstandige delen, en moet daarom de eigenaar worden aangeslagen. (...)Lees meer11 juli 2022
Formeel / Conclusie A-G, dwangsomregeling ook van toepassing bij verzoek tot ambtshalve vermindering
X heeft geen bezwaar gemaakt tegen de aanslag gemeentelijke heffingen, wel heeft zij naderhand verzocht om ambtshalve vermindering. Vervolgens heeft X de heffingsambtenaar in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen. De heffingsambtenaar vermindert de aanslag en bericht X bij nadere beslissing dat er geen dwangsommen zijn verbeurd, omdat sprake was van een ambtshalve beslissing waarvoor de dwangsomregeling niet van toepassing is. (...)Lees meer08 juli 2022
Formeel / Met vernietiging uitspraak op beroep was geen redelijk belang gediend
In een zaak over een beslissing van de inspecteur inzake verrekening overweegt de Hoge Raad dat dat vernietiging van een door de voorgaande rechter gedane uitspraak wegens een (vermeende) misslag in het dictum slechts aangewezen is indien de belangen van de appellant daarmee kunnen worden gediend. Dat zal in het algemeen niet het geval zijn indien de rechtbank het beroep naar het oordeel van de appelrechter niet ongegrond maar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Ook indien een beroep ongegrond is verklaard terwijl de rechtbank zich naar het oordeel van de appelrechter onbevoegd had behoren te verklaren, valt niet zonder meer in te zien hoe corrigeren van het dictum enig belang van de appellant kan dienen. (...)Lees meer08 juli 2022
Formeel / Heffingsambtenaar mocht afzien van horen
De waarde is door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam vastgesteld op € 366.000, en in bezwaar verlaagd naar € 285.000. In beroep staat X een waarde voor van € 200.000. X stelt dat zij ten onrechte niet is gehoord. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar van het horen heeft kunnen afzien. Na het toezenden van het taxatieverslag heeft X in haar aanvullend bezwaarschrift als enige grond aangevoerd dat de vastgestelde waarde te hoog is. De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar de waarde substantieel verlaagd, rekening houdend met het eigen verkoopcijfer. Daarmee is volledig aan het bezwaar tegemoet gekomen.Lees meer07 juli 2022
Afvalstoffenheffing / Ophalen grofvuil buiten vastgestelde ophaaldagen
Aan X is een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd voor het op verzoek ophalen van grofvuil buiten de vastgestelde (gratis) ophaaldagen. X stelt dat hij op de vastgestelde ophaaldag het vuil op de juiste manier heeft aangeboden maar het toen niet is meegenomen. De BOA verklaart dat X ongeveer 6 m³ afval op de stoep voor zijn woning had geplaatst, waardoor er hinder ontstond voor voetgangers. De aangewezen aanbiedingsplaats bevindt zich elders, waar voetgangers geen hinder ondervinden. De rechtbank heeft geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Nu het afval buiten de vastgestelde ophaaldag is opgehaald, is de aanslag terecht opgelegd. Lees meer06 juli 2022
