Heffingsambtenaar mocht afzien van horen
De waarde is door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam vastgesteld op € 366.000, en in bezwaar verlaagd naar € 285.000. In beroep staat X een waarde voor van € 200.000. X stelt dat zij ten onrechte niet is gehoord. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar van het horen heeft kunnen afzien. Na het toezenden van het taxatieverslag heeft X in haar aanvullend bezwaarschrift als enige grond aangevoerd dat de vastgestelde waarde te hoog is. De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar de waarde substantieel verlaagd, rekening houdend met het eigen verkoopcijfer. Daarmee is volledig aan het bezwaar tegemoet gekomen.
Terug naar kennisbankDATUM:
08 juli 2022
ECLI:
ECLI:NL:RBROT:2022:6412
ZAAKNUMMER:
21/1091
INSTANTIE:
Rechtbank Rotterdam
