26 september 2025
Onroerende-zaakbelasting / Bij voorbereiden verdubbelingsbesluit zijn de nadelige gevolgen voor de eigenaren van niet-woningen niet meegewogen
De OZB van de gemeente Vlaardingen kende tot 2021 voor niet-woningen een gebruikerstarief (0,3212%) en een eigenarentarief (0,3631%). Per 2021 werd het gebruikerstarief op nihil gesteld en het eigenarentarief verhoogd naar 0,7190%. X stelde dat deze verdubbeling in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het hof oordeelde dat de verhoging onvoldoende gemotiveerd was en concludeerde tot schending van het evenredigheidsbeginsel. De Hoge Raad overweegt dat als een lastenverzwarend belastingvoorschrift wordt aangevochten op grond van het evenredigheidsbeginsel, de rechter moet beoordelen of de door de belanghebbende aangevoerde gerechtvaardigde belangen van belastingplichtigen die daardoor worden geraakt, zijn meegewogen. (...)Lees meer26 september 2025
Formeel / Hoogte instapvergoeding in relatie tot kwalificatie als no cure no pay
X voert aan dat zijn bedrijfsmodel niet is gebaseerd op het no cure no pay-principe. Voor elke procedure wordt een instapvergoeding van € 750 exclusief btw in rekening gebracht, ongeacht de uitkomst. Volgens X brengt dit een financieel risico voor de klant met zich mee. De Hoge Raad overweegt dat de verschuldigdheid van een instapvergoeding niet in alle gevallen eraan in de weg staat dat afspraken met een rechtsbijstandsverlener in het kader van de WHpkv worden aangemerkt als afspraken op basis van no cure no pay. In dat kader wordt daaronder ook begrepen het beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand op een grondslag die daarmee in wezen overeenkomt. Bijvoorbeeld betaling van een zodanig laag bedrag dat die betaling als een pro forma of symbolische bijdrage moet worden beschouwd. Een bedrag van € 750 voldoet daar niet aan. De klant loopt daarmee financieel risico, zodat niet wordt voldaan aan het kenmerk van optreden op basis van no cure no pay. Dat de klant instemt met toekenning van een eventuele proceskostenvergoeding aan de gemachtigde, doet daar niet aan af.Lees meer19 september 2025
Rioolheffing / Lijdelijke positie van de verordening verhindert bezwaar en beroep
In de verordening rioolheffing is als voorwerp van belasting een perceel aangewezen, zijnde een onroerende zaak als bedoeld in de Wet WOZ. De rioolheffing wordt bij eigenaren geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel, welke waarde volgens de verordening is gebaseerd op de krachtens de Wet WOZ vastgestelde WOZ-waarde. De verordening neemt daarmee een lijdelijke positie in ten opzichte van de WOZ-beschikking. Dit brengt met zich mee dat de objectafbakening waarop de WOZ-waarde is gebaseerd, niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld in het kader van bezwaar of beroep tegen de aanslag. Lees meer12 september 2025
WOZ / Ondanks organisatorische samenhang geen samenstel van eigendommen
De kwekerij van X bestaat uit twee glastuinbouwlocaties. De heffingsambtenaar heeft voor elk van de onroerende zaken afzonderlijk een WOZ-beschikking gegeven. In geschil is of de onroerende zaken een samenstel van eigendommen vormen als bedoeld in artikel 16, onder d, Wet WOZ. Objecten die bestaan uit twee of meer (on)gebouwde eigendommen die bij elkaar horen en door één en dezelfde (rechts)persoon worden gebruikt, kunnen onder bepaalde omstandigheden als een dergelijke samenstel worden beschouwd. Omstandigheden kunnen onder meer zijn: (...)Lees meer08 augustus 2025
Formeel / Overgangsrecht van toepassing op de immateriële schadevergoeding
De Hoge Raad overweegt dat als uitgangspunt voor de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn een tarief geldt van € 500. De mate waarin de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden, is in beginsel niet van belang. De rechter kan sinds het arrest van 14 juni 2024 volstaan met een constatering van de termijnoverschrijding indien het financiële belang minder dan € 1.000,- bedraagt en de redelijke termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden. In dit geval is echter het overgangsrecht van toepassing. Het beperkte financiële belang kan dan slechts aanleiding geven om de zaak als een bijzonder geval aan te merken indien het belang niet meer bedraagt dan € 15. In dit geval bestond hier geen aanleiding toe.Lees meer18 juli 2025
