13 februari 2026
WOZ / Bewijslastverdeling taxatiewijzers
Het hof oordeelde dat, als partijen de Taxatiewijzer tot uitgangspunt nemen, de partij die daarvan wil afwijken, de bewijslast draagt de redenen hiervoor aannemelijk te maken. De Hoge Raad oordeelt dat X zowel voor de rechtbank als het hof kenbaar heeft gemaakt dat zij zich niet kan vinden in de richtsnoeren van de Taxatiewijzer en de kengetallen voor de restwaarde. De stelplicht en bewijslast blijft op de heffingsambtenaar rusten. X heeft het gebruik van de Taxatiewijzer op het punt van de restwaarde bestreden met het argument dat de Taxatiewijzer deze waarde niet motiveert. Volgens de Hoge Raad mag een taxatiewijzer en de daarbij behorende kengetallen slechts aan een rechterlijke beslissing ten grondslag worden gelegd, als de partij die de juistheid daarvan heeft betwist, de gelegenheid heeft gehad om effectief commentaar te leveren op het door haar bestreden onderdeel met bijbehorende kengetallen. (...) Lees meer23 januari 2026
Kostentoerekening / Parkeerbelasting; ‘meer dan zijdelings’-criterium toegepast bij kostenonderbouwing
Onder kosten die samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen moeten mede worden verstaan kosten die samenhangen met het opleggen van naheffingsaanslagen wegens het niet-betalen van verschuldigde parkeerbelastingen. Kosten kunnen slechts worden verhaald voor zover deze samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen. Het woord samenhangen is gebruikt om buiten twijfel te stellen dat de kosten niet uitsluitend ten behoeve van de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen hoeven te zijn gemaakt. Vereist is slechts dat de kosten meer dan zijdelings daarmee samenhangen. (...)Lees meer16 januari 2026
WOZ / Werktuigenuitzondering bij PV-installatie
In geschil is de omvang van de werktuigenuitzondering bij een PV-installatie. Het hof oordeelde dat de werktuigenuitzondering niet van toepassing is op de gehele PV-installatie. X stelt dat het hof ten onrechte alleen heeft beoordeeld of de installatie bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en had moeten beoordelen of de zonnepanelen als onderdeel van het WOZ-object zelfstandigheid in bouwkundig opzicht hebben. De Hoge Raad oordeelt dat een opstalrecht geen onroerende zaak is in de zin van art. 16 Wet WOZ. Het hof daarom terecht alleen heeft beoordeeld of de PV-installatie op zichzelf een gebouwd eigendom is. Het Hof heeft terecht niet onderzocht of de PV-installatie bovendien zelfstandigheid in bouwkundig opzicht heeft. Dat criterium is alleen van belang bij de vraag of een onderdeel van een afzonderlijk WOZ-object op zichzelf als een gebouwd eigendom is aan te merken. Die situatie doet zich niet voor, nu niet in geschil is dat de PV-installatie een afzonderlijk WOZ-object vormt. Dit brengt mee dat de PV-installatie geen onderdeel is van een zodanig object.Lees meer19 december 2025
Formeel / Dat zonder schending ook (hoger) beroep zou zijn ingesteld, is geen bijzondere omstandigheid om van proceskostenvergoeding af te zien
De heffingsambtenaar heeft in strijd met artikel 40, lid 2, Wet WOZ gehandeld door niet te voldoen aan het verzoek van X om gegevens. De heffingsambtenaar is niet veroordeeld in de proceskosten en evenmin is hem opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden. Het hof heeft overwogen dat uitsluitend formele punten zijn aangevoerd en leidt hieruit af dat X toch wel in beroep zou zijn gegaan, hetgeen betekent dat het al dan niet verstrekken van gegevens geen verschil heeft gemaakt voor de beslissing om door te procederen. De HR overweegt dat een succesvol beroep op schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ, dient te leiden tot toekenning van een proceskostenvergoeding, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen. Dat zonder de schending ook (hoger) beroep zou zijn ingesteld, is niet een dergelijke bijzondere omstandigheid. Lees meer28 november 2025
Formeel / Inzage NEN-normen op locatie
Volgens het hof is het recht van X op inzage van de NEN-norm niet beknot doordat niet onmiddellijk na binnenkomst van het gebouw van de NEN-norm kon worden kennisgenomen. Van X mocht redelijkerwijs worden verlangd dat hij had gebeld om een afspraak te maken of bij binnenkomst had kunnen melden dat hij voor de Afdeling B&WT kwam, opdat hem op een ordentelijke wijze inzage van de NEN 2699-norm zou kunnen worden. Nu hij dat niet heeft gedaan, kan niet worden geoordeeld dat aan hem niet naar de eis van de wet terinzagelegging van de NEN 2699-norm is verleend (nieuwsservice 2024, week 15, ECLI:NL:GHDHA:2024:289). De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond met toepassing van art. 81 RO.Lees meer21 november 2025
