26 juni 2026
Precariobelasting / Gezag van gewijsde en het fiscale procesrecht
Over het jaar 2015 heeft het hof geoordeeld dat voor bepaalde kabels geen precariobelasting kan worden geheven. De Hoge Raad heeft het tegen deze uitspraak door B&W van de gemeente Hulst ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard. In geschil is de aanslag over 2016 voor gedeeltelijk dezelfde kabels. De Hoge Raad overweegt dat in het belastingrecht iedere aanslag zelfstandig wordt beoordeeld. Het door X ingeroepen gezag van gewijsde is een civielrechtelijk leerstuk (art. 236, lid 1, Rv) en geldt alleen voor beslissingen in een onherroepelijk vonnis van de burgerlijke rechter. (...)Lees meer26 juni 2026
Formeel / Kleine succeskans staat niet gelijk aan een bijzonder geval
Sinds het arrest van 14 juni 2024 kan de rechter bij overschrijding van de redelijke termijn volstaan met een constatering daarvan als het financiële belang minder dan € 1.000 bedraagt en de overschrijding niet meer dan 12 maanden is, tenzij het overgangsrecht van toepassing is. In dat geval kan alleen bij een zeer gering financieel belang (maximaal € 15) sprake zijn van een bijzonder geval. Het financiële belang bedraagt hier € 132, zodat het hof daarin geen aanleiding kon vinden om af te wijken van de gebruikelijke vergoeding van € 500 per half jaar. Ook heeft het hof ten onrechte meegewogen dat de klachten van X standaardklachten zijn die al vele malen zijn beoordeeld en verworpen. De geringe kans van slagen maakt een zaak namelijk niet tot een bijzonder geval. Lees meer26 juni 2026
Kostentoerekening / Leges; niet doorslaggevend wat is opgenomen in de Paragraaf lokale heffingen
X stelt dat de projectramingen niet zijn opgenomen in de Paragraaf lokale heffingen en daarom niet aan de ramingen ten grondslag mogen worden gelegd. Het hof oordeelt dat de ramingen weliswaar ten onrechte niet in die paragraaf zijn vermeld, maar wel onderdeel uitmaken van de financiële begroting. De baten en lasten zijn weergegeven onder de post “projecten”. De opbrengstlimiet wordt getoetst aan de hand van de op de begroting te herleiden ramingen en daarbij is niet doorslaggevend wat is opgenomen in de Paragraaf lokale heffingen. Dat het project in de Programmabegroting niet wordt benoemd onder de post “projecten” is het gevolg van het aggregatieniveau, waardoor niet alle afzonderlijke posten zichtbaar zijn. (...)Lees meer19 juni 2026
Parkeerbelastingen / ‘Onmiddellijk laden en lossen’ moet worden beoordeeld per parkeerincident
De auto van X heeft meermaals stilgestaan om in totaal 89 pakketten te bezorgen. Het hof oordeelde dat hierbij sprake was van ‘laden en lossen’. De HR stelt niet de eis dat het begrip ‘onmiddellijk laden en lossen’ per parkeerincident of bezorgadres moet worden beoordeeld. Hoewel de pakketten per stuk wellicht van enigszins beperkte omvang en gewicht zijn, is het totaal van de pakketten van zodanige omvang of gewicht dat deze niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per auto ter plaatse had kunnen worden gebracht. Het hof concludeerde daarom dat X tijdens het stilstaan van zijn auto bezig was met ‘onmiddellijk laden en lossen’. De HR oordeelt dat het hof is uitgegaan van een te ruime en onjuiste uitleg van het begrip ‘onmiddellijk laden en lossen’. (...)Lees meer05 juni 2026
Formeel / Hof mocht niet ambtshalve de wegingsfactor verlagen
Voor zover het hoger beroep van X betrekking had op de proceskostenvergoeding, werd uitsluitend aangevoerd dat de rechtbank onterecht had nagelaten een vergoeding voor de bezwaarfase toe te kennen. In hoger beroep hebben X noch de heffingsambtenaar de voor de beroepsfase gehanteerde wegingsfactor 1 betwist. Ook overigens heeft de heffingsambtenaar de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding niet ter discussie gesteld. Onder deze omstandigheden stond het het hof niet vrij om bij de hernieuwde vaststelling van de proceskostenvergoeding, voor zover deze betrekking had op de beroepsfase, die vergoeding ten nadele van X te wijzigen door ambtshalve een lagere wegingsfactor toe te passen.Lees meer05 juni 2026
