Lijdelijke positie van de verordening verhindert bezwaar en beroep

In de verordening rioolheffing is als voorwerp van belasting een perceel aangewezen, zijnde een onroerende zaak als bedoeld in de Wet WOZ. De rioolheffing wordt bij eigenaren geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel, welke waarde volgens de verordening is gebaseerd op de krachtens de Wet WOZ vastgestelde WOZ-waarde. De verordening neemt daarmee een lijdelijke positie in ten opzichte van de WOZ-beschikking. Dit brengt met zich mee dat de objectafbakening waarop de WOZ-waarde is gebaseerd, niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld in het kader van bezwaar of beroep tegen de aanslag.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.