06 oktober 2017
Formeel / Heffingsambtenaar had bezwaar niet niet-ontvankelijk mogen verklaren
Belanghebbende heeft binnen de bezwaartermijn langs elektronische weg bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen. Hierop heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam aangegeven dat per e-mail geen bezwaar kan worden indienen. Belanghebbende heeft hierop (een maand later) schriftelijk het bezwaarschrift ingediend. Lees meer29 september 2017
Formeel / Er is geen rechtsregel die verplicht consistente wetgeving te maken
Op grond van de bij de legesverordening behorende tarieventabel wordt een verlaagd tarief toegepast als de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument of op een activiteit met betrekking tot een krachtens de gemeentelijke monumentenverordening aangewezen monument. Ook wordt een verlaagd tarief toegepast indien de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht of op het slopen van een bouwwerk in een krachtens de gemeentelijke monumentenverordening aangewezen stads- of dorpsgezicht. Lees meer22 september 2017
Havengelden / Terecht geheven voor het keren van een binnenvaartschip
Belanghebbendes containerschip heeft 4 keer een terminal aangedaan, waar het na laden en lossen is gekeerd en teruggevaren. Het keren heeft plaatsgevonden in een haven van de gemeente Meppel. Het keren houdt in dat het schip circa 50 meter de haven invaart, vervolgens met de achtersteven noordwaarts achteruit vaart en dan weer verder vaart. Lees meer15 september 2017
Formeel / Hof moet weigering om bewijsstukken te laten overleggen voldoende onderbouwen
Belanghebbende is eigenaar van een kantoorgebouw van 5 bouwlagen bestaande uit 4 onroerende zaken. Belanghebbende heeft de onroerende zaken 22 maanden na de waardepeildatum verkocht. Het hof heeft geoordeeld dat de marktwaarde van de onroerende zaken op de waardepeildatum overeenkomt met de verkoopprijs, nadat deze verkoopprijs is gecorrigeerd voor de wijziging van de waardeontwikkeling in de periode tussen de waardepeildatum en de verkoopdatum (nieuwsservice 2017, week 5). In cassatie betoogt belanghebbende dat het hof haar ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld haar stelling omtrent de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in de periode tussen de waardepeildatum en de verkoopdatum nader met bewijs te adstrueren, terwijl dit ter zitting uitdrukkelijk is aangeboden. Het hof is op het door belanghebbende ter zitting gedane bewijsaanbod niet ingegaan. Blijkens het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting heeft het hof daaraan ten grondslag gelegd dat de waardeontwikkeling al in eerste aanleg in geschil was en dat belanghebbende alle gelegenheid heeft gehad voor het onderbouwen van zijn standpunt en de bestrijding van het door de heffingsambtenaar ingenomen standpunt. De Hoge Raad overweegt dat een belanghebbende voor de rechtbank in de gelegenheid is geweest zijn standpunt met bewijsstukken te onderbouwen, op zichzelf onvoldoende reden is om hem in de procedure voor het hof de gelegenheid tot bewijslevering te onthouden. Bij de beslissing of een partij de gelegenheid moet krijgen bewijsstukken alsnog over te leggen, zal het hof een afweging moeten maken tussen enerzijds het belang bij het overleggen van die stukken en anderzijds het algemeen belang van een doelmatige procesgang. Bij die afweging spelen de redenen waarom de stukken niet reeds aan de rechtbank werden overgelegd een rol. Verwijzing moet volgen. Indien het verwijzingshof oordeelt dat belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld nader bewijs te leveren, zal het met inachtneming van dat bewijs de waarde van de onroerende zaken moeten beoordelen. Lees meer11 augustus 2017
Forensenbelasting / Art. 64 AWR brengt de bevoegdheid mee een materiële belastingschuld op andere wijze vast te stellen dan in de heffingswet voorzien
De gemeente Oisterwijk heeft met exploitanten van recreatieterreinen convenanten gesloten op grond waarvan aanslagen forensenbelasting aan hen worden opgelegd. Het hof heeft geoordeeld dat de wijze waarop deze belasting is geformaliseerd weliswaar in strijd is met art. 223 Gemeentewet en met de Verordening, maar dat de strijdigheid door art. 64 AWR wordt geheeld (nieuwsservice 2016, week 5). Lees meer11 augustus 2017
