Heffingsambtenaar had bezwaar niet niet-ontvankelijk mogen verklaren

Belanghebbende heeft binnen de bezwaartermijn langs elektronische weg bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen. Hierop heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam aangegeven dat per e-mail geen bezwaar kan worden indienen. Belanghebbende heeft hierop (een maand later) schriftelijk het bezwaarschrift ingediend. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Wel heeft de heffingsambtenaar ambtshalve de naheffingsaanslag vernietigd, omdat de parkeerbelasting is voldaan. In beroep heeft de rechtbank geoordeeld dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het verzet hiertegen is ongegrond verklaard, omdat belanghebbende, na de mededeling dat per email geen bezwaar kon worden ingediend, nog tijdig op de juiste wijze bezwaar had kunnen maken.
De Hoge Raad overweegt dat, zoals volgt uit haar arrest van 11 augustus 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1612) de heffingsambtenaar het bezwaar niet niet-ontvankelijk had mogen verklaren zonder belanghebbende een termijn te geven waarbinnen hij het verzuim van het niet langs de juiste weg indienen van het bezwaarschrift had kunnen herstellen. Aangezien de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag ambtshalve heeft vernietigd, is het belang van belanghebbende bij het verkrijgen van een uitspraak op het beroep beperkt tot vergoeding van de kosten van de bezwaarfase.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.