Terecht geheven voor het keren van een binnenvaartschip
Belanghebbendes containerschip heeft 4 keer een terminal aangedaan, waar het na laden en lossen is gekeerd en teruggevaren. Het keren heeft plaatsgevonden in een haven van de gemeente Meppel. Het keren houdt in dat het schip circa 50 meter de haven invaart, vervolgens met de achtersteven noordwaarts achteruit vaart en dan weer verder vaart.
Het hof overweegt dat niet in geschil is dat belanghebbende met de keerbewegingen geen genot heeft van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik. Anders dan belanghebbende stelt, volgt uit de Verordening binnenhavengeld niet dat voldaan moet zijn aan 2 cumulatieve eisen om binnenhavengeld te heffen, te weten het gebruik van de haven én het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik. Het hof overweegt verder dat de haven is bestemd voor de openbare dienst en met toestemming van de gemeente als eigenaar duurzaam wordt gebruikt voor het keren van schepen. Daarmee staat vast dat de haven de bestemming heeft schepen tot het innemen van een ligplaats in staat te stellen, maar ook de bestemming heeft schepen te laten keren. Gelet hierop is bij het keren sprake van gebruik overeenkomstig de bestemming.
Pleziervaartuigen die gebruik maken van de haven door bijvoorbeeld daar te keren, worden niet in de heffing van binnenhavengeld betrokken. Belanghebbende stelt dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het hof is van oordeel dat het gebruik van de haven door de pleziervaart en het gebruik door de beroepsvaart feitelijk en juridisch niet gelijk zijn. Het gebruik van de haven door de beroepsvaart dient een ander doel dan het incidentele gebruik door de pleziervaart. De beroepsvaart in de vorm van containerschepen gebruikt de haven overeenkomstig de be-stemming daarvan, om te keren of om te laden of te lossen bij de in de haven gevestigde bedrijven. Dit frequente gebruik - alleen al 400 keerbewegingen per jaar - staat niet in verhouding tot het incidentele gebruik van de haven door de pleziervaart, waarvoor de haven boven-dien niet de aangewezen plek is om te keren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt (Nieuwsservice 2017, week 5). De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
DATUM:
22 september 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:2425
ZAAKNUMMER:
17/01040
INSTANTIE:
Hoge Raad
