Hof moet weigering om bewijsstukken te laten overleggen voldoende onderbouwen

Belanghebbende is eigenaar van een kantoorgebouw van 5 bouwlagen bestaande uit 4 onroerende zaken. Belanghebbende heeft de onroerende zaken 22 maanden na de waardepeildatum verkocht. Het hof heeft geoordeeld dat de marktwaarde van de onroerende zaken op de waardepeildatum overeenkomt met de verkoopprijs, nadat deze verkoopprijs is gecorrigeerd voor de wijziging van de waardeontwikkeling in de periode tussen de waardepeildatum en de verkoopdatum (nieuwsservice 2017, week 5).
In cassatie betoogt belanghebbende dat het hof haar ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld haar stelling omtrent de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in de periode tussen de waardepeildatum en de verkoopdatum nader met bewijs te adstrueren, terwijl dit ter zitting uitdrukkelijk is aangeboden. Het hof is op het door belanghebbende ter zitting gedane bewijsaanbod niet ingegaan. Blijkens het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting heeft het hof daaraan ten grondslag gelegd dat de waardeontwikkeling al in eerste aanleg in geschil was en dat belanghebbende alle gelegenheid heeft gehad voor het onderbouwen van zijn standpunt en de bestrijding van het door de heffingsambtenaar ingenomen standpunt.
De Hoge Raad overweegt dat een belanghebbende voor de rechtbank in de gelegenheid is geweest zijn standpunt met bewijsstukken te onderbouwen, op zichzelf onvoldoende reden is om hem in de procedure voor het hof de gelegenheid tot bewijslevering te onthouden. Bij de beslissing of een partij de gelegenheid moet krijgen bewijsstukken alsnog over te leggen, zal het hof een afweging moeten maken tussen enerzijds het belang bij het overleggen van die stukken en anderzijds het algemeen belang van een doelmatige procesgang. Bij die afweging spelen de redenen waarom de stukken niet reeds aan de rechtbank werden overgelegd een rol. Verwijzing moet volgen. Indien het verwijzingshof oordeelt dat belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld nader bewijs te leveren, zal het met inachtneming van dat bewijs de waarde van de onroerende zaken moeten beoordelen.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.