Werktuigenuitzondering bij PV-installatie
In geschil is de omvang van de werktuigenuitzondering bij een PV-installatie. Het hof oordeelde dat de werktuigenuitzondering niet van toepassing is op de gehele PV-installatie. X stelt dat het hof ten onrechte alleen heeft beoordeeld of de installatie bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en had moeten beoordelen of de zonnepanelen als onderdeel van het WOZ-object zelfstandigheid in bouwkundig opzicht hebben. De Hoge Raad oordeelt dat een opstalrecht geen onroerende zaak is in de zin van art. 16 Wet WOZ. Het hof daarom terecht alleen heeft beoordeeld of de PV-installatie op zichzelf een gebouwd eigendom is. Het Hof heeft terecht niet onderzocht of de PV-installatie bovendien zelfstandigheid in bouwkundig opzicht heeft. Dat criterium is alleen van belang bij de vraag of een onderdeel van een afzonderlijk WOZ-object op zichzelf als een gebouwd eigendom is aan te merken. Die situatie doet zich niet voor, nu niet in geschil is dat de PV-installatie een afzonderlijk WOZ-object vormt. Dit brengt mee dat de PV-installatie geen onderdeel is van een zodanig object.
Terug naar kennisbankDATUM:
16 januari 2026
ECLI:
ECLI:NL:HR:2026:56
ZAAKNUMMER:
24/02816
INSTANTIE:
Hoge Raad
