23 maart 2018
Parkeerbelastingen / Verordening niet onverbindend wegens niet opnemen of tarief inclusief btw is
Belanghebbende is ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft aan hem op 6 november 2013 een aanslagbiljet uitgereikt met daarop vermeld een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De verschuldigdheid hiervan is gegrond op de verordening parkeerbelastingen 2013 waarin niet is opgenomen dat het parkeertarief is vastgesteld inclusief een bedrag aan omzetbelasting of dat op het aanslagbiljet behalve de parkeervergoeding een te betalen bedrag aan omzetbelasting wordt vermeld. Lees meer23 maart 2018
Parkeerbelastingen / Afwijzing verzoek om uitreiking factuur voor omzetbelasting is geen bijkomende beslissing
De heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt en daarin tevens verzocht aan hem een factuur uit te reiken waarop behalve de parkeervergoeding een te betalen bedrag aan omzetbelasting wordt vermeld. Voor het hof was in geschil of de heffingsambtenaar gehouden is om een dergelijke uitgesplitste factuur uit te reiken.Lees meer22 maart 2018
Reclamebelasting / Verordening onverbindend wegens daarin afwijkende definitie van ‘openbare weg’ in de Gemeentewet
De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg heeft aan belanghebbende een aanslag reclamebelasting opgelegd voor een openbare aankondiging op het raam van een bedrijfsunit. De bedrijfsunit is onderdeel van een bedrijfsverzamelgebouw, gelegen op een bedrijventerrein. In geschil is of de aankondiging zichtbaar is vanaf de openbare weg. Het hof overweegt dat het begrip ‘openbare weg’ in art. 227 Gemeentewet en in de parlementaire toelichting daarop niet nader is gedefinieerd. De Hoge Raad heeft bij de OZB voor het begrip ‘openbare (land)weg’ aansluiting gezocht bij de Wegenwet. Volgens het hof geldt hetzelfde voor de reclamebelasting ten aanzien van het begrip ‘openbare weg’. Het hof stelt vast dat de rechthebbenden tot het bedrijventerrein noch de gemeenteraad aan de wegen op dit terrein de bestemming openbare weg hebben gegeven. Daarmee is geen sprake van een openbare weg in de zin van de Wegenwet. Door in de verordening aan te sluiten bij de definitie van ‘openbare weg’ als bedoeld art. 1 van de APV is een van de Wegenwet afwijkende definitie ontstaan. De verordening is onverbindend en het hof vernietigt de aanslag. Lees meer20 maart 2018
WOZ / Beschikking niet in strijd met Wet WOZ vastgesteld
Belanghebbende is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaak, een woon- / winkelpand. De heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem heeft de WOZ-waarde van de onroerende zaak voor 2014 vastgesteld. Belanghebbende meent dat de heffingsambtenaar de artikelen 16 en 17 Wet WOZ heeft geschonden, omdat de waarde van het woondeel met behulp van drie vergelijkingsobjecten is bepaald en de waarde van het winkeldeel op basis van de huurkapitalisatiemethode. (...) Lees meer20 maart 2018
WOZ / Aannemelijk dat potentiële bieder geen rekening zal houden met restverontreiniging
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, zijnde een autogarage met een werkplaats en opslagruimte. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft hiervoor bij beschikking een WOZ-waarde van € 153.000 vastgesteld voor kalenderjaar 2015. Ter onderbouwing van de waarde is op 18 mei 2016 een taxatierapport opgesteld waarin de waarde is vastgesteld door toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode. In het taxatierapport is onder “bijzonderheden” opgemerkt dat er bij de waardebepaling van is uitgegaan dat zich in de bodem een restverontreiniging bevindt, maar dat dit niet schadelijk is voor mens en dier en niet gesaneerd hoeft te worden. (...) Lees meer20 maart 2018
