Beschikking niet in strijd met Wet WOZ vastgesteld

Belanghebbende is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaak, een woon- / winkelpand. De heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem heeft de WOZ-waarde van de onroerende zaak voor 2014 vastgesteld. Belanghebbende meent dat de heffingsambtenaar de artikelen 16 en 17 Wet WOZ heeft geschonden, omdat de waarde van het woondeel met behulp van drie vergelijkingsobjecten is bepaald en de waarde van het winkeldeel op basis van de huurkapitalisatiemethode.
Naar het oordeel van het hof is de door de heffingsambtenaar toegepaste waarderingsmethode niet in strijd met de Wet WOZ. De keuze van de heffingsambtenaar om beide delen elk op de meest geëigende wijze te waarderen kan de rechterlijke toets doorstaan. Deze werkwijze is in de jurisprudentie (ECLI:NL:GHARN:2011:BT2195) aanvaard met de kanttekening dat de heffingsambtenaar daarbij aannemelijk dient te maken dat met de onzelfstandigheid van de delen in voldoende mate rekening is gehouden. De heffingsambtenaar heeft dit in het taxatierapport gedaan door tot uitdrukking te brengen hoe die onzelfstandigheid bij elk deel van de onroerende zaak in de waarde is verdisconteerd. Belanghebbende heeft hiertegen geen, althans niet adequaat onderbouwde, bezwaren aangevoerd. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.