Verordening niet onverbindend wegens niet opnemen of tarief inclusief btw is
Belanghebbende is ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft aan hem op 6 november 2013 een aanslagbiljet uitgereikt met daarop vermeld een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De verschuldigdheid hiervan is gegrond op de verordening parkeerbelastingen 2013 waarin niet is opgenomen dat het parkeertarief is vastgesteld inclusief een bedrag aan omzetbelasting of dat op het aanslagbiljet behalve de parkeervergoeding een te betalen bedrag aan omzetbelasting wordt vermeld.
Naar het oordeel van het hof is de gemeente voor het tegen vergoeding bieden van gelegenheid tot parkeren op straat niet als ondernemer voor de omzetbelasting aan te merken en is terecht geen omzetbelasting in rekening gebracht.
Volgens de Hoge Raad biedt het nationale recht noch het Unierecht steun voor de opvatting dat een gemeentelijke parkeerverordening niet rechtsgeldig is op de grond dat in die verordening niet is vermeld of in het tarief een bedrag aan omzetbelasting is begrepen dan wel daarin niet is voorgeschreven dat op het aanslagbiljet een bedrag aan omzetbelasting moet worden vermeld. De middelen kunnen niet tot cassatie leiden.
DATUM:
23 maart 2018
ECLI:
ECLI:NL:HR:2018:413
ZAAKNUMMER:
16/03254
INSTANTIE:
Hoge Raad
