13 september 2024
Forensenbelasting / Gebrekkige motivering tariefsverhoging
De gemeente Gulpen-Wittem heeft het tarief voor de forensenbelasting verhoogd om de woningmarkt te reguleren. X stelt dat de hoogte van de forensenbelasting onevenredig is in vergelijking met het belang dat de gemeente daarmee beoogt te dienen. Bij de besluitvorming zijn volgens X de belangen van eigenaren van tweede huizen niet meegewogen. De Hoge Raad overweegt dat het niet op de weg van de rechter ligt om de betrokken belangen alsnog af te wegen indien de gemeentelijke wetgever dit heeft nagelaten. Het hof heeft overwogen dat de negatieve gevolgen van de verhoging van het tarief voor eigenaren van tweede woningen niet zijn meegewogen bij de totstandkoming van die tariefsverhoging. (...)Lees meer13 september 2024
Havengelden / Binnenhavengeld; ligplaats is deels gelegen op (ondergrond van) water in eigendom van de gemeente
X en de heffingsambtenaar hebben beiden het standpunt ingenomen dat voor gebruik van het havengebied doorslaggevend is of de toegewezen vaste ligplaats in het havengebied is gelegen. De feitelijke ligplaats van het woonschip die in de loop van de tijd een of meer keren is veranderd, is volgens hen niet relevant. Het hof sluit zich hierbij aan. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat het binnenhavengeld ook wordt geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met het gebruik van het havengebied. Het van gemeentewege aanwijzen door middel van een vergunning van een vaste ligplaats, is zo’n dienst. De gemeente Leiden heeft X door middel van een vergunning een vaste ligplaats in de Oude Rijn toegewezen. De ligplaats is deels gelegen op (ondergrond van) water in eigendom van de gemeente. De heffingsambtenaar heeft terecht aanslagen binnenhavengeld opgelegd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO. Lees meer06 september 2024
Formeel / Rechter mag ambtshalve de bevoegdheid tot indienen van een bezwaarschrift beoordelen
X betoogt onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021, (ECLI:NL:HR:2021:1153), dat het hof niet ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar had mogen beoordelen. In dat arrest ging het volgens de Hoge Raad om een ambtshalve beoordeling door de rechter van de tijdigheid van het bezwaar. In dit geval gaat het om de vraag of een voormalig aandeelhouder bevoegd is bezwaar te maken, ongeacht het tijdstip waarop dat gebeurt. Er is geen reden om de in het arrest van 16 juli 2021 opgenomen beslissing ook toe te passen op beantwoording van de vraag of degene die een bezwaarschrift indiende daartoe bevoegd was. Het hof heeft die vraag terecht ambtshalve beoordeeld en beantwoord.Lees meer12 juli 2024
Formeel / Geen objectieve en redelijke rechtvaardiging voor tariefverschil kosten-vergoeding bezwaarfase
X klaagt er in cassatie over dat de rechtbank niet punt 1 (tarief: € 296) van onderdeel B2 van de bijlage bij het Bpb had moeten toepassen, maar punt 2 (tarief: € 597). A-G Koopman meent dat de besluitgever niet in redelijkheid mocht menen dat de belasting- en premiezaken en overige gevallen met oog op de toepassing van onderdeel B2 niet als gelijke gevallen zijn aan te merken (nieuwsservice 2024, week 17, ECLI:NL:PHR:2024:235). Ook de Hoge Raad oordeelt dat sprake is van een gebrekkige motivering. Aangezien de mogelijkheid niet valt uit te sluiten dat de regeling in de bijlage bij het Bpb, onderdeel B2, punt 1, in strijd is met het discriminatieverbod, is het aangewezen dat de rechter die bepaling bij gebreke van een toetsbare motivering buiten toepassing laat. (...)Lees meer05 juli 2024
Formeel / Het is niet aan een belanghebbende om voorwaarden te stellen voor de uitnodiging voor een hoorgesprek
X stelt dat de heffingsambtenaar van de RBG hem, voor de uitnodiging voor de hoorzitting, de gelegenheid had moeten geven om zijn standpunt over de kostendekkendheid van de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing naar voren te brengen. Het hof overweegt dat het niet aan X is om voorwaarden te stellen waaraan moet zijn voldaan voordat de heffingsambtenaar hem kan uitnodigen voor een hoorgesprek. Niet alleen ontbreekt daarvoor een wettelijke grondslag, maar ook zou anders de afhandeling van het bezwaar zonder goede grond ernstig worden vertraagd. De hoorplicht is niet geschonden (nieuwsservice 2022, week 46). De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO. Lees meer28 juni 2024
