27 februari 2025
Formeel / Niet aannemelijk dat namens belanghebbende een machtiging aan Y is verstrekt
Belanghebbende heeft X gemachtigd om namens hem rechtsmiddelen in te stellen tegen de aanslag lokale belastingen en de WOZ-beschikking. Vervolgens heeft X machtiging verleend aan Y. In hoger beroep is Y gelegenheid geboden een op naam gestelde volmacht van belanghebbende over te leggen. Y heeft daaraan geen gehoor gegeven. Uit overgelegde emailberichten volgt niet dat belanghebbende aan Y volmacht heeft verleend om haar te vertegenwoordigen. Daaruit is geen opdracht van belanghebbende aan Y af te leiden om namens haar rechtshandelingen te verrichten. Het emailadres betreft bovendien het emailadres dat door X is vermeld in de aan Y verstrekte machtiging. (...)Lees meer25 februari 2025
WOZ / Voldoende gegevens verstrekt
Uit de klachten van X blijkt dat hij vragen heeft over de op grond van art. 40 lid 2 Wet WOZ verstrekte gegevens. Het hof erkent dat dit terechte vragen kunnen zijn, maar deze vragen zijn pas in beroep en hoger beroep gesteld en niet in de bezwaarfase. Er is in bezwaar geen voldoende specifiek verzoek gedaan. Nog daargelaten dat het verder vragen over verstrekte gegevens niet wegneemt dat reeds is voldaan aan art. 40 lid 2 Wet WOZ. (...)Lees meer24 februari 2025
Formeel / Bedrijfsmodel van de gemachtigde kwalificeert niet als een geval waarvoor de beperkende vermenigvuldigingsfactor geldt
Het beroep van X is gegrond. X heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen of aannemelijk gemaakt, dat het bedrijfsmodel van de gemachtigde niet kwalificeert als een door de Hoge Raad geschetst geval waarvoor de beperkende vermenigvuldigingsfactor geldt. Weliswaar zijn in deze zaak door gemachtigde duidelijk tijd en moeite gestoken, en zijn ook op de zaak toegespitste gronden opgenomen die niet kunnen worden aangemerkt als gestandaardiseerde tekstblokken. Dat is echter niet de toets die in dit verband geldt. De toets is niet of op individueel zaakniveau maar op bedrijfsmodelmatig niveau. Ook is geen aanleiding voor een vergoeding voor een hoorgesprek. Het indienen van een geschrift met nadere gronden, dat in de plaats komt van een hoorzitting, is in het Bpb niet als proceshandeling genoemd. De omstandigheid dat de heffingsambtenaar dit heeft gelijkgesteld met een (telefonische) hoorzitting, doet hieraan niet af. Lees meer24 februari 2025
Zuiveringsheffing / Woongroep is geen gezin of daarmee gelijk te stellen leefeenheid
Volgens X moet de onroerende zaak niet als bedrijfsruimte worden aangeslagen, maar als woonruimte. De onroerende zaak bestaat uit drie slaapkamers met een gedeelde woonkamer, toilet en badkamer. Omdat in de kamers wezenlijke voorzieningen ontbreken, zijn dit geen afzonderlijke woonruimtes. Dan moet worden beoordeeld of het gehele pand als woonruimte kan worden aangemerkt. Dit is het geval als het pand ten dienste staat van een gezin of daarmee gelijk te stellen andere leefeenheid. X betoogt dat sprake is van een woongroep. Volgens de rechtbank betekent dit nog niet dat sprake is van een gezin of daarmee gelijk te stellen leefeenheid. De woongroep bestaat uit een toevallig samenstel van mensen, zij wonen niet vanwege een persoonlijke band met elkaar samen, zoals bij een gezin. Verder ontbreekt, gelet op het BRP, de bestendigheid die kenmerkend is voor een gezin. Omdat de onroerende zaak geen woonruimte is, is het voor de zuiveringsheffing een bedrijfsruimte. Lees meer24 februari 2025
Formeel / Toepassing art. 30a Wet WOZ
Het beroep is gegrond. De proceskostenvergoeding wordt met toepassing van art. 30a Wet WOZ vastgesteld op € 22,68. Dit bedrag is het resultaat van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907, een wegingsfactor 0,25 en vermenigvuldigingsfactor 0,1. Deze zaak is op de zittingsdag gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld in een cluster van in totaal 9 zaken. In elk van deze zaken is rechtsbijstand verleend door dezelfde gemachtigde. In 7 zaken daarvan konden de werkzaamheden (nagenoeg) identiek zijn en waren dat feitelijk ook. Dat brengt mee dat de vergoeding moet worden verhoogd met de samenhangfactor van 1,5 (tot € 34,02) en verdeeld over de 7 samenhangende zaken. In elk van de zaken wordt daarom € 4,86 toegekend, wat aan belanghebbende zelf moet worden betaald.Lees meer20 februari 2025
