Toepassing art. 30a Wet WOZ
Het beroep is gegrond. De proceskostenvergoeding wordt met toepassing van art. 30a Wet WOZ vastgesteld op € 22,68. Dit bedrag is het resultaat van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907, een wegingsfactor 0,25 en vermenigvuldigingsfactor 0,1. Deze zaak is op de zittingsdag gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld in een cluster van in totaal 9 zaken. In elk van deze zaken is rechtsbijstand verleend door dezelfde gemachtigde. In 7 zaken daarvan konden de werkzaamheden (nagenoeg) identiek zijn en waren dat feitelijk ook. Dat brengt mee dat de vergoeding moet worden verhoogd met de samenhangfactor van 1,5 (tot € 34,02) en verdeeld over de 7 samenhangende zaken. In elk van de zaken wordt daarom € 4,86 toegekend, wat aan belanghebbende zelf moet worden betaald.
Terug naar kennisbankDATUM:
24 februari 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2025:1033
ZAAKNUMMER:
24/2879
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
