25 april 2025
Formeel / Uitleg beoordeling 'bijzonder geval' voor proceskostenvergoeding
In het arrest van 17 januari 2025 heeft de Hoge Raad overwogen dat de wetgever in de WHpkv het oog heeft gehad op gevallen waarin aan de belanghebbende rechtsbijstand wordt verleend door een gemachtigde, waarvan het bedrijfsmodel eruit bestaat dat (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. De vraag of het bedrijfsmodel niet deze drie kenmerken heeft, moet worden beoordeeld naar de situatie op het moment waarop het rechtsmiddel is aangewend. (...)Lees meer25 april 2025
Onroerende-zaakbelasting / Mogelijkheid om de onroerende zaak te gebruiken naar zijn bestemming is voldoende voor heffing
X stelt dat de praktijkruimte voor kaakchirurgie niet in gebruik was op de waardepeildatum en ook niet in gebruik kan worden genomen. De aanslag OZB gebruikersbelasting is volgens X daarom ten onrechte opgelegd. X is ook eigenaar van de onroerende zaak. X heeft niet alleen de bevoegdheid om over de onroerende zaak te beschikken, maar hij heeft de onroerende zaak volgens het hof, ook daadwerkelijk metterdaad gebezigd ter bevrediging van zijn behoeften. (...)Lees meer23 april 2025
Formeel / Bevoegdheidsgebrek op het moment van het opleggen van de aanslag en het doen van uitspraak op bezwaar
De heffingsambtenaar van BsGW heeft een geprinte versie van het delegatie- en mandaatbesluit in het geding gebracht zoals gepubliceerd op Overheid.nl waarop staat: ‘Geldend van 25-01-2022 t/m heden’. Op de vraag van het hof of het besluit op een eerdere datum is gepubliceerd heeft de heffingsambtenaar verwezen naar een archiefwebsite. Hiermee is niet aannemelijk gemaakt dat het besluit eerder dan 24 januari 2022 op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Op het moment van het opleggen van de aanslag forensenbelasting en het doen van uitspraak op bezwaar in 2021 was sprake van een bevoegdheidsgebrek. De heffingsambtenaar was niet bevoegd tot oplegging van de aanslag en ook niet om een uitspraak op bezwaar te doen.Lees meer23 april 2025
Leges / Lopende beroepsprocedure tegen omgevingsvergunning staat niet in de weg aan aanslagoplegging
X voert aan dat de legesaanslag nog niet opgelegd had mogen worden omdat de beroepszaak tegen de weigering van de omgevingsvergunning nog loopt, zodat de hoogte van de legesaanslag nog niet vaststaat. Volgens X zou betaling kunnen worden opgevat als instemming met de weigering. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in diens standpunt dat leges verschuldigd zijn vanaf het moment waarop de aanvraag in behandeling is genomen. De uitkomst van de vergunningprocedure, inclusief eventuele bezwaar- of beroepsprocedures, is daarvoor niet relevant. Over de bouwkosten bestaat geen geschil en hetgeen dat ná het in behandeling nemen van de aanvraag tussen X en de gemeente speelt, kan daar geen verschil in aanbrengen. (...)Lees meer23 april 2025
Formeel / Geen tardiefverklaring wegens gelijktijdige en gezamenlijke behandeling
In geschil is de vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023. X voert aan dat bij de waardebepaling van de woning is uitgegaan van een onjuiste gebruikersoppervlakte en verwijst ter onderbouwing naar de WOZ-procedure betreffende het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar stelt dat dit standpunt tardief is, nu het niet in de gedingstukken met betrekking tot het belastingjaar 2023 is aangevoerd of onderbouwd. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin niet en oordeelt dat van een tardief standpunt geen sprake is. De procedure betreffende het belastingjaar 2024, waarin de onderbouwing van het standpunt van X wél is opgenomen, is gelijktijdig en gezamenlijk ter zitting behandeld. De heffingsambtenaar heeft zich in dat kader over het standpunt van X kunnen uitlaten. Niet valt in te zien waarom hij zich hierover niet tevens met betrekking tot het belastingjaar 2023 zou kunnen uitlaten.Lees meer23 april 2025
