Geen tardiefverklaring wegens gelijktijdige en gezamenlijke behandeling
In geschil is de vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023. X voert aan dat bij de waardebepaling van de woning is uitgegaan van een onjuiste gebruikersoppervlakte en verwijst ter onderbouwing naar de WOZ-procedure betreffende het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar stelt dat dit standpunt tardief is, nu het niet in de gedingstukken met betrekking tot het belastingjaar 2023 is aangevoerd of onderbouwd. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin niet en oordeelt dat van een tardief standpunt geen sprake is. De procedure betreffende het belastingjaar 2024, waarin de onderbouwing van het standpunt van X wél is opgenomen, is gelijktijdig en gezamenlijk ter zitting behandeld. De heffingsambtenaar heeft zich in dat kader over het standpunt van X kunnen uitlaten. Niet valt in te zien waarom hij zich hierover niet tevens met betrekking tot het belastingjaar 2023 zou kunnen uitlaten.
Terug naar kennisbankDATUM:
23 april 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBLIM:2025:3858
ZAAKNUMMER:
24/3267
INSTANTIE:
Rechtbank Limburg
