12 augustus 2025
Onroerende-zaakbelasting / Duurzame aard van het verblijf per bewoner is doorslaggevend
In geschil is of delen van een jeugdgevangenis in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. X stelt dat de gebruiksmogelijkheid van het object centraal moet staan. De duur van het verblijf van bewoners zou, gelet op het objectieve karakter van de OZB, niet relevant moeten zijn. Volgens de rechtbank is het verblijf van de jeugdigen in de jeugdgevangenis naar zijn aard tijdelijk en dus niet duurzaam. Bij opname staat voorop dat het verblijf erop is gericht dat de jeugdigen zo snel mogelijk weer naar hun oorspronkelijke woonomgeving terugkeren. Dat volgens de taxateur van X van ononderbroken bewoning sprake is, omdat de kamers na vertrek gelijk weer worden opgevuld, doet daar niets aan af. De Hoge Raad heeft de individuele beoordeling gekoppeld aan de duurzame aard van het verblijf. De duurzame aard van het verblijf per bewoner is doorslaggevend. Het beroep is ongegrond. Lees meer08 augustus 2025
Formeel / Geen overschrijding van de bagatelgrens
Na een overschrijding van de redelijke termijn met vijf maanden heeft X verzocht om een immateriële schadevergoeding. De heffingsambtenaar stelt dat X hier geen recht op heeft, aangezien het financiële belang van de procedure de bagatelgrens niet overschrijdt. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn standpunt. In het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 is de bagatelgrens verhoogd van € 15,- naar € 1.000,-. Het financiële belang wordt bepaald aan de hand van het voordeel dat X zou hebben genoten indien zijn standpunt met betrekking tot de fiscale beschikking zou zijn gehonoreerd. Daarbij is noch de hoogte van de fiscale beschikking, noch het daadwerkelijk behaalde resultaat bepalend. (...)Lees meer08 augustus 2025
Formeel / Overgangsrecht van toepassing op de immateriële schadevergoeding
De Hoge Raad overweegt dat als uitgangspunt voor de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn een tarief geldt van € 500. De mate waarin de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden, is in beginsel niet van belang. De rechter kan sinds het arrest van 14 juni 2024 volstaan met een constatering van de termijnoverschrijding indien het financiële belang minder dan € 1.000,- bedraagt en de redelijke termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden. In dit geval is echter het overgangsrecht van toepassing. Het beperkte financiële belang kan dan slechts aanleiding geven om de zaak als een bijzonder geval aan te merken indien het belang niet meer bedraagt dan € 15. In dit geval bestond hier geen aanleiding toe.Lees meer08 augustus 2025
Afvalstoffenheffing / Servicekosten geen belemmering voor afvalstoffenheffing
De heffingsambtenaar heeft aan X voor zijn huurappartement een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd. X betoogt dat hiermee sprake zou zijn van dubbele heffing, aangezien hij tevens servicekosten aan zijn verhuurder betaalt, waarvan een deel wordt aangewend voor de inzameling van huisvuil. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van dubbele heffing. De door de verhuurder in rekening gebrachte servicekosten vormen geen heffing, maar vloeien voort uit de contractuele verplichtingen die X bij het huren van zijn appartement is aangegaan. Het feit dat X als bewoner van het appartementencomplex gebruik kan maken van de door de verhuurder geleverde afvalinzamelingsdiensten, verhindert niet dat de heffingsambtenaar de gemeentelijke afvalstoffenheffing kan opleggen. Lees meer07 augustus 2025
Leges / Digitale toegang tegen betaling niet in lijn met het kenbaarheidsvereiste
De Gemeentewet vereist dat de maatstaven voor gemeentebelastingen kenbaar zijn. Verwijst de gemeentelijke regelgeving naar essentiële NEN-normen voor de heffingsmaatstaf, dan moeten deze normen voldoen aan het kenbaarheidsvereiste. In dit geval is de betreffende NEN-norm echter noch gepubliceerd, noch op andere wijze door de gemeente ter inzage gelegd. Daarmee is niet voldaan aan het kenbaarheidsvereiste. Dat de norm tegen betaling digitaal beschikbaar is, doet aan dit oordeel niet af. De belastingverordening dient immers alle essentialia te bevatten op basis waarvan een belastingplichtige zelfstandig de omvang van zijn belastingschuld kan bepalen. De rechtbank verklaart daarom de desbetreffende bepaling uit de Verordening onverbindend.Lees meer07 augustus 2025
