Geen overschrijding van de bagatelgrens
Na een overschrijding van de redelijke termijn met vijf maanden heeft X verzocht om een immateriële schadevergoeding. De heffingsambtenaar stelt dat X hier geen recht op heeft, aangezien het financiële belang van de procedure de bagatelgrens niet overschrijdt. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn standpunt. In het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 is de bagatelgrens verhoogd van € 15,- naar € 1.000,-. Het financiële belang wordt bepaald aan de hand van het voordeel dat X zou hebben genoten indien zijn standpunt met betrekking tot de fiscale beschikking zou zijn gehonoreerd. Daarbij is noch de hoogte van de fiscale beschikking, noch het daadwerkelijk behaalde resultaat bepalend. Het potentiële financiële voordeel voor X bedraagt € 404,68, nadat over het verschil tussen de vastgestelde waarde en de door X bepleite waarde de tarieven voor de onroerendezaakbelasting en de watersysteemheffing gebouwd zijn toegepast en vervolgens met elkaar zijn vermeerderd. Aangezien dit bedrag lager is dan de bagatelgrens van € 1.000,-, en de redelijke termijn met minder dan twaalf maanden is overschreden, volstaat de rechtbank met de constatering dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt derhalve afgewezen.
Terug naar kennisbankDATUM:
08 augustus 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2025:4572
ZAAKNUMMER:
24/7928 en 24/7929
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
