31 oktober 2025
WOZ / Wet van de afnemende meerwaarde is geen natuurwet
Volgens X is onterecht geen rekening is gehouden met afnemende meerwaarde. De rechtbank overweegt dat de wet van de afnemende meerwaarde geen natuurwet is die als universeel geldend en onveranderlijk kan worden beschouwd, maar een economische hypothese gebaseerd op ervaringen met bijvoorbeeld consumptie- en bulkgoederen. Onder omstandigheden kan er aanleiding zijn om bij een waardering met afnemende meerwaarde rekening te houden. Het is onvoldoende onderbouwd dat voornoemde hypothese in het geval van recreatie-eilanden moet worden gevolgd. Dat het gaat om een perceel dat veel groter is dan de referentieobjecten is hiervoor onvoldoende. Overigens heeft de heffingsambtenaar met het oppervlakteverschil voldoende rekening gehouden. Lees meer27 oktober 2025
WOZ / Geschiktheid van verhuurde objecten bij vergelijkingsmethode
In geschil is de waarde van een hotel. Bij de bepaling van de WOZ-waarde kan niet worden aangesloten bij de verkoopprijzen van transacties waarbij de prijsvorming is beïnvloed door bestaande huurcontracten. Aan die prijzen kunnen wel nuttige marktgegevens worden ontleend. De vergelijkingsobjecten die in verhuurde staat zijn verkocht, zijn in beginsel ongeschikt als vergelijkingsobject. Voor wat betreft de objecten die zijn verhuurd op de leveringsdatum acht het hof het aannemelijk dat de huurcontracten zijn gesloten rond de verkoopdata en de prijsvorming voor de verkopen daardoor reeds was beïnvloed. Al deze objecten zijn daarom in beginsel ongeschikt als vergelijkingsobjecten. Het hof acht het echter aannemelijk dat het hotelvastgoed in de gemeente niet kampte met noemenswaardige leegstand en dat de gerealiseerde prijzen voor hotels in onverhuurde staat daarom niet lager waren dan in verhuurde staat. Aan de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten kunnen om die reden relevante marktgegevens worden ontleend.Lees meer21 oktober 2025
WOZ / Meestbiedende koper voor serviceflat garages niet afwijkend van de meestbiedende koper voor vergelijkbare garages
X heeft als coöperatieve vereniging een serviceflat met garages in eigendom en bepleit dat de WOZ-waarde van de garages moet worden vastgesteld op de gerealiseerde transactieprijs. Volgens het hof gaat X uit van een onjuiste rechtsopvatting. X gaat immers niet uit van de waarde bij de overdracht van de volle en onbezwaarde eigendom en de vrije opleverbaarheid, maar van de transactieprijs bij de overdracht van de lidmaatschapsrechten door de gebruikers. De omstandigheid dat de garages behoren tot een serviceflat heeft geen invloed de waarde. Voor die garages geldt niet dat prijzen worden betaald die in belangrijke mate lager zijn dan de prijzen die worden betaald voor niet tot een serviceflat behorende, maar overigens vergelijkbare garages. De aard en functie zijn immers gelijk en de markt voor garages bij een serviceflat is niet wezenlijk anders dan die voor de overige garages. Lees meer20 oktober 2025
Overig / Amendement ingediend met grondslag voor leegstandbelasting in Gemeentewet
Op 23 september 2025 is een amendement ingediend dat ertoe strekt in een nieuw art. 221a Gemeentewet een grondslag te creëren voor gemeenten om een leegstandbelasting voor woningen in te voeren. Dat is noodzakelijk omdat in Nederland meer dan 180.000 woningen leegstaan, waarvan meer dan 60.000 langer dan een jaar. In een tijd van woningnood is dat moeilijk uit te leggen, aldus de indieners. Het gaat om woningen die voor een langere periode dan 12 maanden leegstaan. De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt vastgesteld door de gemeente.Lees meer17 oktober 2025
WOZ / Forfaitaire proceskostenvergoeding vastgesteld op € 0,26
Previcus acht een vergoeding van € 50 per zaak redelijk. De rechtbank oordeelt dat een vergoeding van € 15 per zaak al veel meer is dan waar Previcus op grond van het Bpb recht op zou hebben. Uitgaande van de regels inzake de forfaitaire vergoeding bedraagt het totale bedrag voor de 254 samenhangende zaken € 65,63 (1 punt (€ 875) voor beroep x 1,5 voor samenhang x wegingsfactor 0,5 x factor 0,1 op grond van art. 30a Wet WOZ, omdat de uitspraak na 1 januari 2024 is gedaan, het om een formele vraag ging en het primaire besluit niet is vernietigd. Gedeeld door 254 zaken komt de vergoeding dan uit op € 0,26 per zaak. De toegekende vergoeding is dus aanzienlijk hoger dan de forfaitaire vergoeding. De werkzaamheden die de gemachtigde heeft opgesomd, zijn niet voorzien van een tijdsbesteding en uurtarief. (...)Lees meer17 oktober 2025
