26 april 2022
Baatbelasting / Bij een gebonden besluit is er geen reden tot toetsing noodzakelijkheid van de heffing
De heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar heeft baatbelasting geheven voor de Noordelijke ontsluiting van het bedrijventerrein de Beverkoog. X stelt dat er sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel en wijst op een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:285). Daarbij heeft X aangevoerd dat de Noordelijke ontsluiting is gerealiseerd voor een bedrag van € 9.472.781, hetgeen ruim € 2,5 miljoen minder is dan de raming uit het verkennende onderzoek. Hieruit volgt volgens X dat de gemeente de baatbelasting helemaal niet hoefde op te leggen. (...)Lees meer25 april 2022
Formeel / Tegen beter weten in geprocedeerd
De redelijke termijn is in beginsel met 29 maanden overschreden. De inspecteur is bij de uitspraak op bezwaar geheel aan de bezwaren van X tegemoetgekomen. Inhoudelijk was er dus geen reden voor het instellen van beroep. Verder is in vele vergelijkbare bezwaar- en beroepsprocedures die de gemachtigde heeft gevoerd bij de vaststelling van de proceskostenvergoeding een wegingsfactor van 1 toegepast. Door in deze zaak toch een wegingsfactor van 1,5 te eisen, heeft X tegen beter weten in geprocedeerd. Bij de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden dient de beroepsfase daarom buiten beschouwing te worden gelaten. Alsdan is sprake van termijnoverschrijding van afgerond 6 maanden. Lees meer22 april 2022
Marktgelden / Hoger tarief voor markt met gunstiger ligging
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft voor het innemen van een plaats op diverse markten leges geheven. Voor één locatie is het basistarief hoger dan voor de andere markten. De rechtbank oordeelt dat de gemeenteraad met de tariefstelling de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet heeft overschreden. De keuze om bij de indeling van tariefklassen uit te gaan van een beredeneerde schatting van de relatieve verdienpotentie van de markten binnen de categorie ‘dagmarkten centrum en 19e-eeuwse wijken’, is begrijpelijk en niet onredelijk. (...)Lees meer19 april 2022
Formeel / Vertegenwoordigingsbevoegdheid is geëindigd na overlijden
X, eigenaar van een woning, heeft aan een bureau een machtiging afgegeven en daarop geschreven “alleen voor bezwaar WOZ-waarde 2020”. Nadat het bureau bezwaar heeft gemaakt, is X overleden. Daarna heeft heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk uitspraak op bezwaar gedaan. De rechtbank stelt vast dat door het overlijden van X een omstandigheid als bedoeld in art. 3:72 BW zich heeft voorgedaan, waardoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bureau is geëindigd. Het bureau moet worden geacht op persoonlijke titel beroep te hebben ingesteld, maar dat beroep is niet-ontvankelijk. (...)Lees meer08 april 2022
