Hoger tarief voor markt met gunstiger ligging
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft voor het innemen van een plaats op diverse markten leges geheven. Voor één locatie is het basistarief hoger dan voor de andere markten. De rechtbank oordeelt dat de gemeenteraad met de tariefstelling de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet heeft overschreden. De keuze om bij de indeling van tariefklassen uit te gaan van een beredeneerde schatting van de relatieve verdienpotentie van de markten binnen de categorie ‘dagmarkten centrum en 19e-eeuwse wijken’, is begrijpelijk en niet onredelijk. Dat binnen die categorie de betreffende locatie (als enige) is ingedeeld in de hoogste tariefklasse vanwege de hogere verdienpotentie door de gunstigere ligging dan de andere markten, is voldoende onderbouwd. Het verband tussen de heffing en de draagkracht is niet direct gebaseerd op het gerealiseerde inkomen, winst of vermogen van de belastingplichtige. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, nu het onderscheid in tariefklasse redelijk is en er geen sprake is van gelijke gevallen.
Terug naar kennisbankDATUM:
22 april 2022
ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2022:2198
ZAAKNUMMER:
20/6503
INSTANTIE:
Rechtbank Amsterdam
