30 juni 2026
Formeel / Tardief ingediende verweergronden en waarderapport
De heffingsambtenaar heeft op 4 maart 2026 tweemaal nadere stukken ingediend. Daaronder bevinden zich de verplichte gedingstukken, die ondanks eerdere verzoeken eind 2024 en begin 2025 niet binnen de wettelijke termijn van vier weken zijn overgelegd. Dit is in strijd met de goede procesorde. Omdat het stukken betreft waarmee X geacht wordt bekend te zijn, worden deze wel betrokken bij de beoordeling. De overige stukken bevatten inhoudelijk verweer en een waarderapport met matrix. Nu deze pas na de uitnodiging voor de zitting zijn ingediend, worden zij slechts als nadere stukken aangemerkt. Het voor het eerst op dat moment aanvoeren van verweergronden is tardief en strijdig met de goede procesorde. (...)Lees meer19 mei 2026
Leges / Onjuiste beoordeling verzoek
In geschil is de legesaanslag. X stelt dat zij in haar brief niet heeft verzocht om de beoordeling van een bouwplan aan de intaketafel, maar slechts om een informatief gesprek. De heffingsambtenaar betwist dit standpunt. Hij stelt dat ook wordt verzocht om aan te geven of de gemeente medewerking verleent aan een bouwplan, waarvoor beoordeling aan de intaketafel nodig was, zodat terecht leges in rekening zijn gebracht. Volgens de rechtbank heeft X gelijk. De heffingsambtenaar heeft, zonder in contact te treden met X over de interpretatie van het verzoek, direct € 250 aan leges in rekening gebracht. (...)Lees meer11 mei 2026
Formeel / Geen recht op een dwangsom wegens onredelijk laat ingediende ingebrekestelling
Als de heffingsambtenaar niet binnen 2 weken na ingebrekestelling beslist, heeft X volgens de rechtbank het recht om te verzoeken om een dwangsom, tenzij het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld. Of een ingebrekestelling onredelijk laat is, hangt af van de (bijzondere) omstandigheden van het geval. De ingebrekestelling is ingediend meer dan 9 maanden na het einde van de termijn waarbinnen de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar had moeten doen. X voert aan dat de heffingsambtenaar contact heeft opgenomen over het plannen van een hoorzitting en dat hij daar op heeft gereageerd, maar vervolgens niets meer van de heffingsambtenaar heeft vernomen. Aangezien de ingebrekestelling vervolgens 6 maanden op zich heeft laten wachten, oordeelt de rechtbank dat de ingebrekestelling onredelijk laat is ingediend. X heeft geen recht op een dwangsom als bedoeld in art. 4:17 van de Awb.Lees meer29 april 2026
BIZ / Vrijstelling BIZ-bijdrage niet van toepassing
De BIZ-bijdrage wordt niet geheven van vrijgestelde onroerende zaken, waaronder onroerende zaken voor zover bestemd en in gebruik als kantoorruimte. Het gebruiksdoel van de onroerende zaak van X is in de BAG geregistreerd als 'winkelfunctie'. X stelt dat het verhuren van een winkelruimte niet meer mogelijk is en dat haar onroerende zaak verhuurd is als praktijkruimte (yogastudio), die wel onder de vrijstelling valt. De heffingsambtenaar wijst op een advertentie op Funda, waarin de onroerende zaak te huur werd aangeboden als kantoorpand en winkel- of praktijkruimte, en dat de onroerende zaak vanaf 2023 elk jaar is gewaardeerd als winkel. (...)Lees meer20 april 2026
Invordering / Motiveringsgebrek in uitspraak op bezwaar gepasseerd
X stelt in bezwaar dat de betaling reeds was verricht en dat daarvan een printscreen is overgelegd. In de uitspraak op bezwaar is volstaan met een algemene constatering dat niet tijdig is betaald, zonder specifiek in te gaan op de concrete omstandigheden en argumenten van X. Volgens de rechtbank heeft de invorderingsambtenaar de uitspraak onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van art. 6:22 Awb, aangezien aannemelijk is dat X hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. De invorderingsambtenaar heeft namelijk in het verweerschrift en ter zitting alsnog toereikend gemotiveerd waarom de aanmaningskosten terecht in rekening zijn gebracht.Lees meer18 maart 2026
