30 september 2026
WOZ / Certificaatwaarde en mandeligheid
De woning is gelegen op een recreatiepark, dat wordt beheerd en onderhouden door een exploitatiemaatschappij, waarvan de aandelen zijn ondergebracht bij een stichting. De certificaten van de stichting zijn in handen van de eigenaren van de recreatiewoningen. X is houder van één certificaat en voert aan dat de waarde daarvan uit de verkoopprijs van de referentiewoning dient te worden geëlimineerd. De rechtbank oordeelt dat het certificaat vergelijkbaar is met een aandeel in mandeligheid in gezamenlijke ruimtes. Indien de mandeligheid onlosmakelijk is verbonden aan de woning en niet onafhankelijk kan worden overgedragen en niet bestemd is om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt, kwalificeert de woning samen met het aandeel in mandeligheid als één onroerende zaak. (...)Lees meer04 september 2026
Parkeerbelastingen / Verzoek om kostenvergoeding terecht afgewezen
Volgens X is sprake van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid, omdat de heffingsambtenaar ten tijde van de controle niet heeft opgemerkt dat de door X verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Volgens de heffingsambtenaar kon tijdens de controle niet worden vastgesteld dat belanghebbende parkeerbelasting had betaald, nu X het voertuig met zijn parkeerapp in de verkeerde zone heeft aangemeld. De heffingsambtenaar is volgens de rechtbank niet gehouden na te gaan of een belastingplichtige wellicht per abuis parkeerbelasting voor een andere parkeerzone heeft voldaan. Van een vernietiging wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid is in dit geval dan ook geen sprake. De heffingsambtenaar heeft terecht het verzoek om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase afgewezen.Lees meer03 september 2026
Parkeerbelastingen / Onafhankelijke behandeling van het bezwaar
X stelt dat zijn bezwaar niet onafhankelijk is behandeld. De rechtbank volgt dit niet. Dat A B.V. zowel naheffingsaanslagen oplegt als bezwaren daartegen behandelt, betekent op zichzelf niet dat geen behoorlijke heroverweging heeft plaatsgevonden. Het mandaatbesluit staat beide handelingen toe, mits de persoon die de naheffingsaanslag heeft opgelegd, niet ook op het daartegen gemaakte bezwaar beslist. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat naheffingsaanslagen worden opgelegd door parkeercontroleurs en bezwaren worden behandeld door andere medewerkers van A B.V. Niet is gebleken dat dit bij X anders is geweest. Ook de gestelde financiële prikkel vormt geen reden om aan een behoorlijke heroverweging te twijfelen, nu A B.V. een vaste vergoeding ontvangt die niet afhankelijk is van het aantal opgelegde of gehandhaafde naheffingsaanslagen.Lees meer04 augustus 2026
Formeel / Verwarrende informatie over parkeervergunning leidt tot schending vertrouwensbeginsel
X stelt dat zij op grond van haar parkeervergunning in de straat mocht parkeren. Uit de Verordening en het Aanwijzingsbesluit volgt echter dat deze straat niet tot het vergunninggebied behoort. De naheffingsaanslagen zijn daarom in beginsel terecht opgelegd. De rechtbank overweegt echter dat X zich terecht beroept op het vertrouwensbeginsel. Hoewel de informatie op de gemeentelijke website formeel juist is, is deze verwarrend. Op de pagina over het vergunninggebied staat de straat vermeld als een straat waarvoor bewoners een vergunning kunnen aanvragen, terwijl de straat niet voorkomt in de verderop opgenomen lijst van de daadwerkelijke vergunninggebieden. De rechtbank acht deze informatie voor een burger moeilijk te doorgronden. Nu ter zitting is gebleken dat X hierdoor daadwerkelijk in de veronderstelling verkeerde dat zij in de straat mocht parkeren, is het vertrouwensbeginsel geschonden.Lees meer22 juli 2026
WOZ / Aangekochte inventaris van referentiewoningen niet gecorrigeerd
X voert aan dat de referentiewoningen die de heffingsambtenaar heeft geselecteerd onbruikbaar zijn, nu deze bij hun verkoop inclusief hun inventaris verkocht zijn. De inventaris is zodoende verdisconteerd in de verkoopprijs, terwijl de woning van X zonder inventaris is aangekocht. De rechtbank volgt de stelling van X, omdat deze overtuigend is onderbouwd en door de heffingsambtenaar onvoldoende weersproken is. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet overtuigend is berekend, en stelt deze ambtshalve schattend vast op een lager bedrag.Lees meer21 juli 2026
