Tardief ingediende verweergronden en waarderapport
De heffingsambtenaar heeft op 4 maart 2026 tweemaal nadere stukken ingediend. Daaronder bevinden zich de verplichte gedingstukken, die ondanks eerdere verzoeken eind 2024 en begin 2025 niet binnen de wettelijke termijn van vier weken zijn overgelegd. Dit is in strijd met de goede procesorde. Omdat het stukken betreft waarmee X geacht wordt bekend te zijn, worden deze wel betrokken bij de beoordeling. De overige stukken bevatten inhoudelijk verweer en een waarderapport met matrix. Nu deze pas na de uitnodiging voor de zitting zijn ingediend, worden zij slechts als nadere stukken aangemerkt. Het voor het eerst op dat moment aanvoeren van verweergronden is tardief en strijdig met de goede procesorde. Het waarderapport, gedateerd 29 juli 2025, is bovendien pas ruim 7 maanden na opmaak ingediend, terwijl de heffingsambtenaar sinds het beroepschrift van 20 november 2024 ruim voldoende tijd had om dit tijdig in te dienen. Zonder afdoende verklaring voor deze vertraging is ook dit bewijsmiddel tardief. De rechtbank laat daarom zowel de verweergronden als het waarderapport met matrix buiten beschouwing.
Terug naar kennisbankDATUM:
30 juni 2026
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2026:5821
ZAAKNUMMER:
24/7933
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
