Geen recht op een dwangsom wegens onredelijk laat ingediende ingebrekestelling
Als de heffingsambtenaar niet binnen 2 weken na ingebrekestelling beslist, heeft X volgens de rechtbank het recht om te verzoeken om een dwangsom, tenzij het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld. Of een ingebrekestelling onredelijk laat is, hangt af van de (bijzondere) omstandigheden van het geval. De ingebrekestelling is ingediend meer dan 9 maanden na het einde van de termijn waarbinnen de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar had moeten doen. X voert aan dat de heffingsambtenaar contact heeft opgenomen over het plannen van een hoorzitting en dat hij daar op heeft gereageerd, maar vervolgens niets meer van de heffingsambtenaar heeft vernomen. Aangezien de ingebrekestelling vervolgens 6 maanden op zich heeft laten wachten, oordeelt de rechtbank dat de ingebrekestelling onredelijk laat is ingediend. X heeft geen recht op een dwangsom als bedoeld in art. 4:17 van de Awb.
Terug naar kennisbankDATUM:
11 mei 2026
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2026:3987
ZAAKNUMMER:
26/812
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
