13 juli 2022
Kostentoerekening / Leges; heffingsambtenaar hoeft niet te reageren op stellingen die 13 dagen voor de zitting zijn aangevoerd
13 dagen voor de zitting heeft X aangevoerd dat niet inzichtelijk is welk deel van de automatiseringskosten zijn toegerekend, dat de personeelskosten niet één op één zijn terug te vinden in de begroting en dat de materiële kosten en overheadkosten niet daartoe te herleiden zijn. De rechtbank stelt vast dat X anderhalf jaar de tijd heeft gehad om zijn gronden tegen het overzicht van de kostendekkendheid nader te concretiseren, maar dit pas nu heeft gedaan. Dit is weliswaar tijdig in de zin van art. 8:58 Awb, maar gelet op de lange tijd die is verstreken is de heffingsambtenaar niet gehouden hierop ter zitting te reageren met een nadere concretisering van de kostenraming. (...)Lees meer08 juli 2022
Formeel / Heffingsambtenaar mocht afzien van horen
De waarde is door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam vastgesteld op € 366.000, en in bezwaar verlaagd naar € 285.000. In beroep staat X een waarde voor van € 200.000. X stelt dat zij ten onrechte niet is gehoord. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar van het horen heeft kunnen afzien. Na het toezenden van het taxatieverslag heeft X in haar aanvullend bezwaarschrift als enige grond aangevoerd dat de vastgestelde waarde te hoog is. De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar de waarde substantieel verlaagd, rekening houdend met het eigen verkoopcijfer. Daarmee is volledig aan het bezwaar tegemoet gekomen.Lees meer06 juli 2022
Formeel / Heffingsambtenaar moest weten dat ingebrekestelling prematuur was
X heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verzocht om (telefonisch) te worden gehoord. De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft de beslistermijn verdaagd tot 11 februari 2021. Op 6 januari 2021 stuurt X een ingebrekestelling. De heffingsambtenaar doet binnen 14 dagen na de ingebrekestelling uitspraak op het bezwaar zonder X te hebben gehoord. De rechtbank overweegt dat de ingebrekestelling prematuur was. (...)Lees meer06 juli 2022
WOZ / Gemengd object heeft als woning een hogere verkoopopbrengst
De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft de waarde in beroep vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode. X voert aan dat de HWK-methode een betere methode is, omdat er een eigen huurcijfer beschikbaar is. De heffingsambtenaar stelt dat de onroerende zaak een gemengde bestemming heeft en als woning in de huidige markt een hogere verkoopopbrengst heeft. De rechtbank acht dit aannemelijk en acht de vergelijkingsmethode de meest geschikte waarderingsmethode. Het enkele feit dat er een eigen huurcijfer beschikbaar is, maakt niet dat de HWK-methode een betere methode is. Lees meer03 juni 2022
WOZ / Bij gebrek aan een juiste BAG-aanduiding mag de heffingsambtenaar zelf een aanduiding kiezen
Volgens X is de aanduiding die de heffingsambtenaar gebruikt voor haar kapsalon onjuist, waardoor er fouten worden gemaakt bij de postbezorging en er aanslagen worden opgelegd, die betrekking hebben op de naastgelegen tattooshop. Op grond van art. 23 onderdeel b Wet WOZ bevat een WOZ-beschikking een aanduiding van de onroerende zaak. Het is dus niet noodzakelijk om een adres te noemen, zolang maar duidelijk is om welke onroerende zaak het gaat. En dat is hier volgens de rechtbank het geval. De heffingsambtenaar stelt dat voor de kapsalon een andere aanduiding wordt gebruikt, omdat in de BAG geen officieel huisnummer bestaat voor de kapsalon en de tattooshop. (...)Lees meer02 juni 2022
