26 juni 2026
Precariobelasting / Vrijstelling bij onvoldoende aangetoonde oppervlakte
De heffingsambtenaar heeft aan X een aanslag precariobelasting opgelegd voor paspoppen op de stoep voor het winkelpand. X stelt dat de paspoppen onder de vrijstelling vallen voor voorwerpen die bij een vestiging behoren met een oppervlakte van maximaal één vierkante meter. De rechtbank volgt X. Uit de overgelegde foto blijkt niet dat de gezamenlijke oppervlakte van de paspoppen meer dan één vierkante meter bedraagt. De heffingsambtenaar heeft dit ter zitting ook niet kunnen aantonen. Daarom is een onjuist tarief toegepast en is de aanslag ten onrechte opgelegd.Lees meer29 mei 2026
WOZ / Toiletten in gemeenschappelijk trappenhuis verhinderen zelfstandigheid
De onroerende zaak bestaat uit drie verdiepingen, die elk aan een ander bedrijf worden verhuurd. Op iedere verdieping bevindt zich een toiletvoorziening, die bereikbaar is via het gemeenschappelijke trappenhuis. X stelt dat elke verdieping een afzonderlijk WOZ-object vormt, maar de rechtbank volgt dit standpunt niet. Hoewel de kantoorruimten per verdieping afsluitbaar zijn, liggen de toiletten in het niet-afsluitbare deel van het gemeenschappelijke trappenhuis. Daardoor zijn de verdiepingen naar hun indeling niet bestemd om als zelfstandig geheel te worden gebruikt. De afsluitbare kantoorruimten beschikken immers niet over alle voor zelfstandig gebruik noodzakelijke voorzieningen. Voor kwalificatie als afzonderlijk WOZ-object is vereist dat de toiletvoorziening onderdeel uitmaakt van het afsluitbare gedeelte van de kantoorruimte.Lees meer19 mei 2026
Formeel / Procesbelang huurder bij WOZ-beschikking in sociale huurwoning
De heffingsambtenaar stelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, omdat X als huurder niet zou worden geraakt door de WOZ-waarde. Het door X betaalde bedrag aan belasting is immers niet afhankelijk van die waarde, en bij sociale huur zou moeten worden aangetoond dat de WOZ-waarde de huur beïnvloedt. Dat is niet gebeurd. De rechtbank oordeelt echter dat het beroep ontvankelijk is. Uitgangspunt is dat degene aan wie een WOZ-beschikking is bekendgemaakt, in beginsel belang heeft bij die vastgestelde waarde, tenzij vaststaat dat een wijziging de gebruiker niet in een gunstigere positie kan brengen. (...)Lees meer15 mei 2026
Onroerende-zaakbelasting / OZB-last mag volledig bij eigenaren van niet-woningen worden gelegd
X voert tegen een aanslag 2024 aan dat het OZB-tarief voor eigenaren van niet-woningen sinds 2021 zodanig disproportioneel is dat de heffing geen stand kan houden. Volgens haar is dit in strijd met de bedoeling van de wetgever. Dit betoog slaagt niet. Volgens de rechtbank biedt art. 220 Gemeentewet de gemeenteraad de mogelijkheid het OZB-tarief voor eigenaren van niet-woningen zodanig te verhogen dat hij daarmee de benodigde inkomsten verwerft en geen OZB meer heft van gebruikers. Nu X niet heeft geconcretiseerd welke bedoeling van de wetgever daardoor wordt geschonden en de rechtbank daarvoor geen aanknopingspunten ziet, bestaat geen grond voor het oordeel dat de tariefstelling onverbindend is. (...)Lees meer12 mei 2026
WOZ / Aangelegde leidingen en riolering niet aan te merken als onvoltooid bouwsel
De heffingsambtenaar stelt dat nog geen sprake is van een woning in aanbouw, omdat er geen bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in 2022. Het door X genoemde aanleggen van leidingen en riolering ziet op het bouwrijp maken van de kavel. Deze werkzaamheden staan los van de bouw, zodat het tarief voor niet-woningen is opgelegd. De feitelijke bouwwerkzaamheden zijn volgens hem pas in 2023 begonnen. De rechtbank overweegt dat een woning in aanbouw kwalificeert als woning. Een onroerende zaak geldt als woning in aanbouw als daarvan een onvoltooid bouwsel deel uitmaakt dat bestemd is om bij voltooiing in hoofdzaak tot woning te dienen. (...)Lees meer11 mei 2026
