10 juli 2025
Parkeerbelastingen / Geen rekening gehouden met gereduceerd tarief
X stelt dat bij het opleggen van de naheffingsaanslag een onjuist tarief is toegepast. Voor de eerste dertig minuten geldt een tarief van € 0,20 en daarna is het uurtarief € 2,08. De rechtbank stelt voorop dat uit art. 234 lid 3 Gemeentewet volgt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam een keuze heeft tussen het naheffen over een uur parkeren of het naheffen over de werkelijke duur van het parkeren als aannemelijk is geworden dat er langer dan een uur geparkeerd is.(...)Lees meer24 juni 2025
Formeel / Geen geldige, verschoonbare reden om het niet tijdig indienen van het bezwaar te passeren
X stelt dat de aanslag BIZ zonder enige toelichting is opgelegd, waarbij geen behoorlijke voorlichting is verstrekt. Pas bij de aanmaning is X op de hoogte geraakt van de aard van de heffing. X geeft aan dat hij dacht dat sprake was van een “spookfactuur”. X heeft contact opgenomen met de gemeente om uitleg te vragen. De gemeente kon hem niet helpen en zou terugbellen, wat niet is gebeurd. Pas na lang aandringen kreeg hij meer informatie. Nadat X een betalingsherinnering kreeg, heeft hij opnieuw gebeld en bezwaar gemaakt. Volgens de rechtbank is dit onvoldoende om te spreken van een geldige, verschoonbare reden om het niet tijdig indienen van het bezwaar te passeren. Lees meer15 april 2025
Parkeerbelastingen / Belastingplicht bij een deelauto
X is een bedrijf dat deelauto’s verhuurt, en stelt dat de naheffingsaanslagen niet aan haar moeten worden opgelegd, maar aan degene die als laatste huurder kan worden aangemerkt en de auto heeft geparkeerd. De rechtbank overweegt dat “ten tijde van het parkeren” niet ziet op het moment dat de huurder het voertuig heeft neergezet, maar op het moment dat de parkeercontroleur constateert dat sprake is van parkeren. Dat betekent dat als de auto niet is verhuurd op het moment dat de parkeercontroleur constateert dat sprake is van parkeren zonder betalen, de naheffingsaanslag niet aan de eerdere huurder wordt opgelegd, maar aan de kentekenhouder. (...)Lees meer24 februari 2025
Zuiveringsheffing / Woongroep is geen gezin of daarmee gelijk te stellen leefeenheid
Volgens X moet de onroerende zaak niet als bedrijfsruimte worden aangeslagen, maar als woonruimte. De onroerende zaak bestaat uit drie slaapkamers met een gedeelde woonkamer, toilet en badkamer. Omdat in de kamers wezenlijke voorzieningen ontbreken, zijn dit geen afzonderlijke woonruimtes. Dan moet worden beoordeeld of het gehele pand als woonruimte kan worden aangemerkt. Dit is het geval als het pand ten dienste staat van een gezin of daarmee gelijk te stellen andere leefeenheid. X betoogt dat sprake is van een woongroep. Volgens de rechtbank betekent dit nog niet dat sprake is van een gezin of daarmee gelijk te stellen leefeenheid. De woongroep bestaat uit een toevallig samenstel van mensen, zij wonen niet vanwege een persoonlijke band met elkaar samen, zoals bij een gezin. Verder ontbreekt, gelet op het BRP, de bestendigheid die kenmerkend is voor een gezin. Omdat de onroerende zaak geen woonruimte is, is het voor de zuiveringsheffing een bedrijfsruimte. Lees meer17 december 2024
