OZB-last mag volledig bij eigenaren van niet-woningen worden gelegd

X voert tegen een aanslag 2024 aan dat het OZB-tarief voor eigenaren van niet-woningen sinds 2021 zodanig disproportioneel is dat de heffing geen stand kan houden. Volgens haar is dit in strijd met de bedoeling van de wetgever. Dit betoog slaagt niet. Volgens de rechtbank biedt
art. 220 Gemeentewet de gemeenteraad de mogelijkheid het OZB-tarief voor eigenaren van niet-woningen zodanig te verhogen dat hij daarmee de benodigde inkomsten verwerft en geen OZB meer heft van gebruikers. Nu X niet heeft geconcretiseerd welke bedoeling van de wetgever daardoor wordt geschonden en de rechtbank daarvoor geen aanknopingspunten ziet, bestaat geen grond voor het oordeel dat de tariefstelling onverbindend is. De rechtbank is in deze zaak niet bevoegd om te oordelen over de hoogte van de voor belastingjaar 2024 vastgestelde tarieven. Belastingjaar 2024 kent geen drastische lastenverhoging ten opzichte van 2023. Dat geeft dus geen reden voor bijzondere eisen aan de voorbereiding en motivering teneinde de evenredigheid daarvan te kunnen toetsen. De heffingsambtenaar wijst in dit verband op de motivering in het raadbesluit van 11 december 2025. Die motivering houdt in dat de gemeenteraad zich bewust is van het mogelijke nadeel voor eigenaren en meent hij dat de beschreven maatschappelijke belangen zwaarder wegen. X heeft die motivering niet weerlegd.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.