Verordening voldoet niet aan kenbaarheidsvereisten
Volgens de rechtbank volgt uit de Verordening dat de heffingsambtenaar voor de aanslagoplegging controleert of de opgegeven aanneemsom of de geraamde bouwkosten, niet lager zijn dan de bouwkosten die voortvloeien uit de kengetallen in het Bouwkostenkompas. De kengetallen zijn daarom noodzakelijk om inzicht te krijgen in de wijze waarop de omvang van de belastingschuld wordt bepaald. Het Bouwkostenkompas is niet zonder betaling toegankelijk. De kengetallen uit het Bouwkostenkompas zijn daarom niet vrij beschikbaar, noch zijn ter inzage gelegd, wat in strijd is met het art. 14a lid 4 Bekendmakingswet. Daarnaast is de NEN 2580 essentieel voor de berekening van de heffingsmaatstaf, omdat in de NEN 2699 staat dat de NEN 2580 onmisbaar is voor de toepassing daarvan. Ook voor de NEN 2580 geldt dat deze niet vrij beschikbaar is en dat deze niet ter inzage is gelegd. Dit betekent dat wat de NEN 2580 betreft evenmin aan de Bekendmakingswet is voldaan. De Verordening moet daarom onverbindend worden geacht voor zover de heffingsmaatstaf wordt bepaald aan de hand van de bouwkosten.
Terug naar kennisbankDATUM:
11 mei 2026
ECLI:
ECLI:NL:RBROT:2026:6232
ZAAKNUMMER:
24/4944
INSTANTIE:
Rechtbank Rotterdam
