25 april 2025
Onroerende-zaakbelasting / Mogelijkheid om de onroerende zaak te gebruiken naar zijn bestemming is voldoende voor heffing
X stelt dat de praktijkruimte voor kaakchirurgie niet in gebruik was op de waardepeildatum en ook niet in gebruik kan worden genomen. De aanslag OZB gebruikersbelasting is volgens X daarom ten onrechte opgelegd. X is ook eigenaar van de onroerende zaak. X heeft niet alleen de bevoegdheid om over de onroerende zaak te beschikken, maar hij heeft de onroerende zaak volgens het hof, ook daadwerkelijk metterdaad gebezigd ter bevrediging van zijn behoeften. (...)Lees meer28 maart 2025
Formeel / X verstrekt geen gegevens om te bewijzen dat sprake is van een bijzonder geval voor de proceskostenvergoeding
De Hoge Raad heeft X in de gelegenheid gesteld om nadere gegevens te verstrekken om te bewijzen dat zijn geval met het oog op vergoeding van die proceskosten is aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46. X heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad berekent de vergoeding van de proceskosten daarom met inachtneming van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm, en past vermenigvuldigingsfactor 0,10 toe.Lees meer21 maart 2025
Zuiveringsheffing / Geen evident onredelijke keuze door heffing van alle meerpersoonshuishoudens op basis van 3 vervuilingseenheden
X stelt dat een forfait van 3 v.e. voor alle meerpersoonshuishoudens een niet te rechtvaardigen discriminatie inhoudt. De A-G heeft geconcludeerd dat het ‘forfait’ tweepersoonshuishoudens discrimineert en vier- en meerpersoonshuishoudens privilegieert, maar adviseert de wetgever daar iets aan te doen (nieuwsservice 2024, week 49, ECLI:NL:PHR:2024:1235). Volgens de Hoge Raad kan, ook indien met deze regeling niet wordt getracht de werkelijkheid te benaderen, bij een verschil van € 58,24 een heffing naar 3 v.e. worden aanvaard vanwege doelmatigheidsredenen. Daaraan doet niet af dat waterschappen inmiddels via geautomatiseerde toegang tot de bevolkingsregistratie inzicht kunnen verkrijgen in het op een adres ingeschreven aantal bewoners van een woning. (...)Lees meer14 februari 2025
WOZ / Geen rechtstekort, omdat er een rechtsgang bij de burgerlijke rechter open staat
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft geweigerd een waardebeschikking af te geven, omdat de woning van X op de toestandsdatum 1 januari 2015 nog in aanbouw was. De waarde van een woning in aanbouw wordt bepaald op de vervangingswaarde, en anders dan bij afgebouwde woningen wordt dit waardegegeven niet gebruikt als grondslag voor de overstapregeling. Volgens de rechtbank heeft X recht op een WOZ-waardebeschikking voor 2015 in het kader van de overstapregeling erfpacht. Het hof overweegt dat er op 1 januari 2015 geen gebouwd of ongebouwd eigendom was waarvoor een WOZ-waarde kan worden vastgesteld. Ook was er geen gebouwd eigendom in aanbouw in de zin van art. 17 lid 4 Wet WOZ. Art. 18 lid 3 sub c Wet WOZ komt daarom ook niet in beeld. Er bestaat geen rechtstekort, een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de burgerlijke rechter staat voor X open. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.Lees meer07 februari 2025
WOZ / Indexeringspercentages inzichtelijk en mogen berusten op een inschatting van de taxateur op grond van ervaring en kennis
X stelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht heeft gegeven in de indexatiecijfers die hij heeft gebruikt om de verkoopcijfers van de vergelijkingsobjecten in de waardematrix te indexeren naar de waardepeildatum. Het hof oordeelde dat uit de waardematrix blijkt dat indexering van de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten naar de waardepeildatum heeft plaatsgevonden en daaruit is ook te herleiden met welk percentage. De indexeringspercentages zijn daarmee inzichtelijk. X heeft daartegenover geen andere gegevens of indexeringscijfers gesteld waaruit zou kunnen volgen dat van een onjuiste indexering is uitgegaan. (...)Lees meer07 februari 2025
