01 maart 2024
WOZ / Conclusie A-G, te ruime interpretatie van het Schiphol-arrest
X is eigenaar en gebruiker van onroerende zaken op 2 locaties waar een glastuinbouwbedrijf wordt geëxploiteerd. De heffingsambtenaar van de gemeente Westland heeft voor elk van de 2 onroerende zaken afzonderlijk een WOZ-beschikking gegeven. X meent dat de onroerende zaken een samenstel vormen in de zin van art. 16 aanhef en onder d. Wet WOZ. Het hof heeft X in het ongelijk gesteld en daarbij in aanmerking genomen de geografische omstandigheden en omstandigheden die de afzonderlijke bruikbaarheid betreffen (nieuwsservice 2023, week 6). De A-G leidt uit de processtukken af dat sprake is van een proefprocedure en dat het belang is gelegen in de energiebelasting. X stelt dat (...)Lees meer01 maart 2024
Formeel / Conclusie A-G, Hoge Raad moet excessief formalisme een halt toe roepen
In geschil is of een verzoek om vergoeding van de bezwaarkosten een beschikking op aanvraag is, zodat de dwangsomregeling van toepassing is. De A-G is van mening dat X terecht betoogt dat zo’n verzoek een aanvraag tot het geven van een beschikking is. Volgens de A-G komt aan X echter geen dwangsom wegens niet tijdig beslissen toe. Met de uitspraak op bezwaar is de bezwaarfase geëindigd. De nadere beslissing van de inspecteur moet ‘op een lijn’ worden besteld met een uitspraak op bezwaar, zodat een nieuwe termijn gaat lopen voor het instellen van beroep. Dit alles neemt niet weg dat de echte uitspraak op bezwaar al was gedaan, en bij die uitspraak is de aangevraagde kostenvergoeding niet toegekend. (...)Lees meer29 februari 2024
Formeel / Geen schadevergoeding voor het niet nemen van beschikkingen
X verzoekt het hof om een schadevergoeding toe te kennen omdat de heffingsambtenaar vanwege deze procedure geen beschikkingen vaststelt voor de opvolgende belastingjaren. Als gevolg hiervan moet X opnieuw aangiften inkomstenbelasting doen. Het hof wijst het verzoek om schadevergoeding af. X heeft zijn verzoek om schadevergoeding niet onderbouwd en geen indicatie gegeven van de omvang van de schade. Verder wordt de schade die volgens X optreedt niet veroorzaakt door het onderhavige besluit, en komt deze schade dus niet in aanmerking voor vergoeding op grond van art. 8:88 Awb. Als X van mening is dat hij schade lijdt vanwege het niet tijdig nemen van een WOZ-beschikking voor een belastingjaar, dan kan hij dat aan de orde stellen in een bezwaar- en beroepsprocedure over die beschikking. Eventueel kan dit ook in een bezwaar- en beroepsprocedure op grond van art. 6:12 Awb voor het niet tijdig nemen van een besluit.Lees meer28 februari 2024
Formeel / Werkafspraken staan aan beroep op art. 40 Wet WOZ in de weg
X heeft in de bezwaarfase de grondstaffel en de taxatiekaart met de KOUDV- en liggingsfactoren van de vergelijkingspanden opgevraagd, maar de heffingsambtenaar van de gemeente Oirschot heeft deze stukken niet verstrekt. De heffingsambtenaar stelt dat hij zich heeft gehouden aan de met het kantoor gemaakte werkafspraken. Uit die werkafspraken volgt dat de gemachtigde van X bij het ontbreken van de juiste informatie een herinneringsbrief aan de heffingsambtenaar zou moeten sturen. Volgens het hof staan aan een succesvol beroep op art. 40 Wet WOZ de tussen het kantoor van gemachtigde en de heffingsambtenaar gemaakte afspraken in de weg. Die afspraken houden nu juist in dat de door X gevraagde gegevens pas in de uitspraak op bezwaar zouden worden vermeld. De heffingsambtenaar hoefde dus geen opvolging te geven aan het na de gemaakte afspraken gedane verzoek. Van een schending van art. 40 Wet WOZ is geen sprake.Lees meer28 februari 2024
Formeel / Gewicht van de zaak 0,5 gelet op de eenvoud, geringe werkbelasting en het geringe belang van de zaak
Naar aanleiding van het door X ingestelde beroep wordt de waarde van de woning met € 5.000 verminderd. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk tot vergoeding van de door X gemaakte proceskosten en stelt het gewicht vast op 0,5 (licht), gelet op de eenvoud van de zaak, de daarmee samenhangende (zeer geringe) werkbelasting van de gemachtigde en het geringe belang van de zaak.Lees meer23 februari 2024
