Conclusie A-G, te ruime interpretatie van het Schiphol-arrest
X is eigenaar en gebruiker van onroerende zaken op 2 locaties waar een glastuinbouwbedrijf wordt geëxploiteerd. De heffingsambtenaar van de gemeente Westland heeft voor elk van de 2 onroerende zaken afzonderlijk een WOZ-beschikking gegeven. X meent dat de onroerende zaken een samenstel vormen in de zin van art. 16 aanhef en onder d. Wet WOZ. Het hof heeft X in het ongelijk gesteld en daarbij in aanmerking genomen de geografische omstandigheden en omstandigheden die de afzonderlijke bruikbaarheid betreffen (nieuwsservice 2023, week 6, ECLI:NL:GHDHA:2023:41). De A-G leidt uit de processtukken af dat sprake is van een proefprocedure en dat het belang is gelegen in de energiebelasting. X stelt dat beslissend is of de eigendommen door een bedrijf worden gebruikt dat als één samenhangend geheel moet worden beschouwd en de eigendommen door dat bedrijf voor één organisatorisch doel worden aangewend. De A-G meent dat deze opvatting is gebaseerd op een te ruime interpretatie van het Schiphol-arrest. Het door X voorgestane beslissingscriterium is namelijk in het Schiphol-arrest geformuleerd in de context van eigendommen “die onmiskenbaar een geografisch samenhangend geheel vormen”.
Terug naar kennisbankDATUM:
01 maart 2024
ECLI:
ECLI:NL:PHR:2024:229
ZAAKNUMMER:
23/00965
INSTANTIE:
Conclusie A-G Pauwels
