23 februari 2024
Formeel / X kan met beroep op schending art. 40 Wet WOZ niet in betere positie komen
In beroep is enkel in geschil of de heffingsambtenaar heeft voldaan aan zijn verplichtingen ingevolge art. 40 lid 2 Wet WOZ. Volgens de rechtbank heeft X daarbij geen belang. X heeft bevestigd dat de WOZ-waarde geen geschilpunt vormt. In bezwaar is een proceskostenvergoeding toegekend, waartegen X in beroep geen gronden heeft aangevoerd. De rechtbank constateert dat ook indien X op de resterende geschilpunten in het gelijk zou worden gesteld, dit hem niet in een betere positie kan brengen. Een eventuele proceskostenvergoeding voor de beroepsfase vormt op zichzelf onvoldoende belang. X is evenwel ontvankelijk in zijn beroep, omdat dit rechtsmiddel hem, ongeacht de gronden, in een betere positie zou kunnen brengen. Daar is echter gelet op de gronden van X geen sprake van.Lees meer14 februari 2024
Parkeerbelastingen / Geen acute (onverwachte) noodsituatie
X stelt dat zij wegens haar fysieke klachten/aandoeningen feitelijk en fysiek verhinderd was om parkeergeld te betalen. Volgens de rechtbank is geen sprake van een acute noodsituatie. X had al voordat zij parkeerde wetenschap van haar fysieke klachten en was zich er ook van bewust dat dit tot problemen leidde bij het voldoen van parkeerbelasting. Er was dus geen acute (onverwachte) noodsituatie, zodat ook geen sprake is van overmacht. X had vooraf moeten anticiperen op het later moeten voldoen van parkeerbelasting, bijvoorbeeld via het inschakelen van hulp of het kiezen van een ander vervoermiddel. De rechtbank begrijpt dat dit lastig is voor X en een forse beperking voor haar vormt in haar bewegingsvrijheid, maar dat ligt in de persoonlijke sfeer van X. Het strekt te ver om van de gemeente te eisen dat zij per individueel geval aparte methoden en/of apparatuur creëert en ter beschikking stelt om de parkeerbelasting te kunnen voldoen. Lees meer14 februari 2024
Formeel / Gemeente maakt geen gebruik van grondstaffels, liggingsfactoren, indexeringscijfers en KOUDV-factoren
De heffingsambtenaar van gemeente Den Haag stelt geen gebruik te maken van grondstaffels, liggingsfactoren, indexeringscijfers en KOUDV-factoren. De rechtbank heeft geen reden hieraan te twijfelen. Deze gegevens konden dus niet aan X worden verstrekt. De heffingsambtenaar was ook niet verplicht om de waardering van de bijgebouwen te verstrekken. Waarderen is geen exacte wetenschap en het beoordelen van de juistheid van de waarde gaat niet over de vraag of de juiste bedragen van samenstellende onderdelen van het object zijn vastgesteld, maar om de beoordeling van de WOZ-waarde als geheel. (...)Lees meer11 januari 2024
Formeel / Gemachtigde zou toch wel in beroep zijn gegaan
De gemachtigde van X heeft in de bezwaarfase verzocht om diverse stukken. De heffingsambtenaar was volgens de rechtbank niet verplicht om de cijfermatige correcties van de KOUDV-factoren, de waarde van de deelobjecten en minstens 6 referentiewoningen te verstrekken omdat dit geen gegevens zijn die onder de toezendplicht van art. 40 lid 2 Wet WOZ vallen. Waarderen is geen exacte wetenschap en het beoordelen van de juistheid van de waarde gaat niet over de vraag of de samenstellende onderdelen van het object op de juiste bedragen zijn vastgesteld, maar om de WOZ-waarde als geheel. De grondstaffel is wel een gegeven dat ten grondslag ligt aan de vastgestelde waarde. (...)Lees meer29 december 2023
WOZ / KOUDV-factoren door ontbreken van iWOZ-rapport niet inzichtelijk gemaakt
De heffingsambtenaar van BsGW heeft de WOZ-waarde onderbouwd met 3 vergelijkingsobjecten. Van het derde vergelijkingsobject zijn de door X betwiste KOUDV-factoren door het ontbreken van een iWOZ-rapport niet inzichtelijk en controleerbaar gemaakt, van de andere 2 wel. (...)Lees meer19 december 2023
