04 februari 2025
Parkeerbelastingen / Verplichting tot het doen van aangifte en de verplichting tot betaling zijn afzonderlijke verplichtingen
De heffingsambtenaar van de gemeente Almere heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 0 aan parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten. De naheffingsaanslag berust op art. 20 AWR, wat vereist dat parkeerbelasting die op aangifte behoorde te worden voldaan, niet is betaald. Nu de heffingsambtenaar geen parkeerbelasting heeft nageheven, kan de naheffingsaanslag niet in stand blijven. Voor het standpunt dat de heffingsambtenaar wel degelijk een bevoegdheid heeft tot naheffing, omdat X geen aangifte heeft gedaan door het inwerkingstellen van parkeerapparatuur, is in art. 20 AWR geen steun te vinden. De verplichting tot het doen van aangifte en de verplichting tot betaling hangen weliswaar nauw met elkaar samen, maar zijn niettemin afzonderlijke verplichtingen, zodat niet valt aan te nemen dat in art. 20 AWR met de term betalen tevens het doen van aangifte wordt aangeduid. Lees meer31 januari 2025
WOZ / Stukken waarover de heffingsambtenaar niet beschikt, hoeft hij ook niet over te leggen
X stelt dat de heffingsambtenaar de verhuurdocumentatie van de onroerende zaak diende te overleggen. De heffingsambtenaar verklaart niet over andere huurinformatie te beschikken dan het stuk dat hij heeft ingebracht. Stukken waarover de heffingsambtenaar niet beschikt, hoeft hij ook niet over te leggen. Omdat het om verhuurdocumentatie van de onroerende zaak zelf gaat, is X door het niet overleggen, zo die wel zou bestaan, niet geschaad. De door X genoemde marktanalyse en kapitalisatiefactorberekening zijn volgens het hof geen stukken die door de heffingsambtenaar zijn opgesteld. Art. 8:42 lid 1 Awb verplicht niet tot het vervaardigen van niet-bestaande documenten. Het is aan de rechter te beoordelen of met hetgeen dat is ingebracht en toegelicht aan de bewijslast van de heffingsambtenaar is voldaan. Lees meer14 januari 2025
Onroerende-zaakbelasting / Opslag tarief in combinatie met retributieregeling vormt ongeoorloofde tariefdifferentiatie
X stelt dat de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân zijn bevoegdheid heeft overschreden door via een omweg, met een retributieregeling, een ongeoorloofde differentiatie aan te brengen in het OZB-tarief. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de retributieregeling volgt dat er een direct verband bestaat tussen de in de belastingverordening door te voeren OZB-opslag en de wens om dit bedrag voor bepaalde specifieke groepen te compenseren. De heffingsambtenaar heeft bevestigd dat het ondernemersfonds er niet zou zijn gekomen zonder retributieregeling. Volgens het hof heeft de gemeenteraad bij de invoering van de retributieregeling beoogd te bewerkstelligen dat bepaalde groepen eigenaren en gebruikers van niet-woningen de OZB-opslag konden terugvragen. (...)Lees meer17 december 2024
Formeel / Lagere vergoeding in Wahv-procedures buiten toepassing gelaten
Gemachtigde voert aan dat er bij de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, namelijk van Wahv-zaken ten opzichte van andere bestuursrechtelijke procedures, met uitzondering van de WOZ- en bpm-zaken. Volgens het hof kan niet worden beoordeeld of de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv, zoals dat luidt per 1 januari 2024, verenigbaar is met art. 14 EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM. Een dergelijke belemmering van de mogelijkheden tot effectieve rechterlijke toetsing kan ertoe leiden dat de rechter de betreffende bepaling buiten toepassing laat. Aangezien de mogelijkheid niet valt uit te sluiten dat de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv in strijd is met het uit deze bepalingen voortvloeiende discriminatieverbod, is het volgens het hof aangewezen om de bepaling in dit geval buiten toepassing te laten. Lees meer10 december 2024
Formeel / Toegangscontrole gerechtsgebouw is noodzakelijk en vormt een zeer beperkte inbreuk op de grondrechten
In hoger beroep stelt de gemachtigde van X dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden. Gemachtigde werd bij de toegangscontrole, omdat het detectiepoortje een signaal gaf, verzocht zijn schoenen uit te trekken en deze op de band van de scanstraat te leggen. De gemachtigde heeft bij de beveiliging kenbaar gemaakt dat hij zijn schoenen niet wilde uittrekken. Hij ervaart het uittrekken van zijn schoenen namelijk als een ernstige inbreuk op zijn privacy en een gebrek aan respect voor zijn lichamelijke integriteit. Vervolgens werd hem de toegang tot het gebouw geweigerd. Het gerechtsbestuur heeft huisregels die inhouden dat eenieder dient mee te werken aan een toegangscontrole. Deze toegangscontrole is volgens het hof noodzakelijk en vormt een zeer beperkte inbreuk op de grondrechten. Het beginsel van hoor en wederhoor is niet geschonden. Lees meer10 december 2024
