04 november 2025
Parkeerbelastingen / Verbod op parkeren zonder voldoening van parkeerbelasting geen verbod in de zin van art. 225 lid 2 Gemeentewet
In geschil is een naheffingsaanslag. Het hof overweegt dat op grond van art. 225 lid 2 Gemeentewet geen sprake is van parkeren indien dit gebeurt ‘op (…) terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan ingevolge een wettelijk voorschrift verboden is’. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat parkeerbelasting (na)geheven zou kunnen worden voor plaatsen waar het verboden is te parkeren. X heeft zijn auto gedurende een aaneengesloten periode laten staan op een daartoe aangewezen betaald parkeerplaats zonder parkeerbelasting te voldoen. De parkeerverordening verbiedt het parkeren van een motorvoertuig op een betaald parkeerplaats, zonder de verschuldigde parkeerbelasting te betalen. (...)Lees meer04 november 2025
Formeel / Hof niet terughoudend in toetsing van de toegekende proceskostenvergoeding
Het hof beoordeelt in hoeverre het kan treden in de beoordelingsruimte van de rechtbank ten aanzien van de te hanteren gewichtscategorie bij de proceskostenvergoeding. Enerzijds is een rechtbank niet gebonden aan het door de gerechtshoven geformuleerde Richtsnoer en dient een rechtbank zelfstandig de gewichtscategorie te bepalen. Dit pleit voor een terughoudende toetsing door het hof. Echter, het belastingrecht biedt geen steun voor een beperking van de taak van de hogerberoepsrechter. Volgens het arrest van de HR van 18 oktober 2013 kan de hogerberoepsrechter de juistheid van het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de wegingsfactor volledig toetsen, omdat het hof als ‘beoordelende instantie’ zelfstandig de gewichtscategorie dient te bepalen en daarbij niet is gebonden aan het oordeel (en de beleidsregels) van de rechtbank. Lees meer09 september 2025
Leges / Publieke taak neemt individualiseerbaar belang niet weg
Leges worden geheven voor diensten verstrekt door het gemeentebestuur die in overheersende mate een individualiseerbaar belang dienen. Bij vergunningverlening is daarvan in beginsel sprake. X stelt dat zij met de aanvraag haar publieke taak uitvoert op grond van de Elektriciteitswet en dat daarom geen individualiseerbaar belang aanwezig is. Zij voert aan dat het publieke belang vooropstaat en dat legesheffing niet op haar van toepassing is. Het hof oordeelt dat de publieke taak niet wegneemt dat X als NV op bedrijfseconomische basis voor eigen rekening en risico een onderneming op het gebied van energietransport voert en baat heeft bij een groot en doelmatig werkend energienetwerk. De vergunningaanvraag is op grond van ontwikkelingen op de concurrerende markt ingediend. Het hof overweegt dat sprake is van een overheersend individualiseerbaar belang en daarmee van een dienst als bedoeld in de legesverordening. Lees meer09 september 2025
Leges / Transformatoren en 20 kV-installatie niet als bouwwerk aan te merken
X stelt dat de leges uitsluitend over de aannemingssom van het gebouw hadden mogen worden geheven, en niet over de transformatorcellen en de 20 kV-installatie, want die maken geen deel uit van de aanvraag of de vergunning. Het hof volgt dit standpunt. Uit de aanvraag en de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet dat deze mede betrekking heeft op de transformatoren en de 20 kV-installatie. Deze installaties vormen evenmin een onlosmakelijk onderdeel van de aangevraagde activiteit, reeds omdat voor de plaatsing ervan geen omgevingsvergunning is vereist. Zij zijn dan ook geen vergunningplichtige bouwwerken. (...)Lees meer29 juli 2025
WOZ / Inschakelen van beroepsmatige rechtsbijstand niet redelijk
X stelt dat de uitspraak op bezwaar onduidelijk was, waardoor zij genoodzaakt was beroep in te stellen. Uit de uitspraak op bezwaar blijkt volgens het hof onmiskenbaar dat de heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden het bezwaar ongegrond heeft verklaard en de waarde heeft gehandhaafd. Dat in de motivering van de uitspraak foutief is vermeld dat de stelling van X wel juist zou zijn, doet hieraan niet af. Gelet op de context van de volledige motivering had het voor X duidelijk moeten zijn dat sprake was van een kennelijke vergissing. X had zich tot de heffingsambtenaar kunnen wenden voor een nadere toelichting. Het inroepen van beroepsmatige rechtsbijstand kan onder deze omstandigheden niet als redelijk worden aangemerkt. Lees meer24 juni 2025
