Lagere vergoeding in Wahv-procedures buiten toepassing gelaten
Gemachtigde voert aan dat er bij de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, namelijk van Wahv-zaken ten opzichte van andere bestuursrechtelijke procedures, met uitzondering van de WOZ- en bpm-zaken. Volgens het hof kan niet worden beoordeeld of de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv, zoals dat luidt per 1 januari 2024, verenigbaar is met art. 14 EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM. Een dergelijke belemmering van de mogelijkheden tot effectieve rechterlijke toetsing kan ertoe leiden dat de rechter de betreffende bepaling buiten toepassing laat. Aangezien de mogelijkheid niet valt uit te sluiten dat de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv in strijd is met het uit deze bepalingen voortvloeiende discriminatieverbod, is het volgens het hof aangewezen om de bepaling in dit geval buiten toepassing te laten.
Terug naar kennisbankDATUM:
17 december 2024
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2024:7764
ZAAKNUMMER:
200.342.627
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
