Lagere vergoeding in Wahv-procedures buiten toepassing gelaten

Gemachtigde voert aan dat er bij de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, namelijk van Wahv-zaken ten opzichte van andere bestuursrechtelijke procedures, met uitzondering van de WOZ- en bpm-zaken. Volgens het hof kan niet worden beoordeeld of de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv, zoals dat luidt per 1 januari 2024, verenigbaar is met art. 14 EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM. Een dergelijke belemmering van de mogelijkheden tot effectieve rechterlijke toetsing kan ertoe leiden dat de rechter de betreffende bepaling buiten toepassing laat. Aangezien de mogelijkheid niet valt uit te sluiten dat de toepassing van art. 13a lid 2 Wahv in strijd is met het uit deze bepalingen voortvloeiende discriminatieverbod, is het volgens het hof aangewezen om de bepaling in dit geval buiten toepassing te laten.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.