23 oktober 2024
Formeel / Niet met regelmaat Berichtenbox bekijken voor risico van X
X betwist dat de invorderingsambtenaar van de gemeente Rotterdam de naheffingsaanslagen via digitale weg aan haar kenbaar heeft gemaakt. Uit schermprints blijkt dat deze in de digitale Berichtenbox van X op MijnOverheid zijn geplaatst. X klaagt dat zij geen e-mailnotificatie heeft ontvangen van de naheffingsaanslagen. De invorderingsambtenaar merkt terecht op dat e-mailnotificaties uitsluitend door X zelf kunnen worden ingesteld. De invorderingsambtenaar kan niet nagaan of een e-mailnotificatie aan de ontvanger is afgeleverd. Nu X zich heeft aangemeld voor het ontvangen van berichten via de digitale Berichtenbox, maar kennelijk niet de e-mailmeldingen heeft aangezet, komen de consequenties van het niet met regelmaat bekijken van de inhoud voor haar risico. De aanmaningen en dwangbevelen zijn terecht betekend.Lees meer18 oktober 2024
Onroerende-zaakbelasting / Coronamaatregelen stonden niet in de weg aan gebruik
X stelt dat op 1 januari 2021 geen sprake was van gebruik omdat de sportschool vanwege de coronamaatregelen tussen 15 december 2020 en 19 mei 2021 van overheidswege gesloten was. Volgens het hof was het niet mogelijk de sportschool voor de beoogde commerciële activiteiten te gebruiken, maar X had wel toegang en de onroerende zaak bleef steeds als sportschool ingericht. X heeft de onroerende zaak, zij het beperkt, metterdaad gebezigd ter bevrediging van haar behoeften (nieuwsservice 2023, week 32, ECLI:NL:GHDHA:2023:1407). De Hoge Raad overweegt dat het feit dat de situatie aan het begin van het kalenderjaar (de peildatum) beslissend is, niet betekent dat kan worden volstaan met een momentopname. (...)Lees meer18 oktober 2024
WOZ / WOZ/Formeel; verweerschrift 11 dagen voor de zitting is te laat ingediend
De gemachtigde van X klaagt dat het verweerschrift te laat is ingediend, wat volgens hem de schuld is van de rechtbank vanwege een verwarrende brief. In de brief geeft de rechtbank de heffingsambtenaar tot 10 dagen voor de zitting om een verweerschrift in te dienen. De rechtbank heeft een nieuwe werkwijze voor WOZ-zaken waarbij de heffingsambtenaar 8 weken de tijd krijgt om stukken in te dienen voordat de zaak op zitting wordt gepland. Dit moet vertragingen voorkomen. In deze zaak is die werkwijze niet gevolgd, en de rechtbank betreurt dit. De heffingsambtenaar diende het verweerschrift 11 dagen voor de zitting in, wat te laat was voor een goede voorbereiding door X. In dit geval had X onvoldoende tijd om te reageren op de nieuwe onderbouwing van de WOZ-waarde, en de rechtbank zou nieuwe argumenten tijdens de zitting moeten behandelen, wat niet bevorderlijk is voor een goede rechtspleging. Daarom oordeelt de rechtbank dat het verweerschrift te laat is ingediend en betrekt het niet bij de beoordeling.Lees meer17 oktober 2024
Formeel / Bureau ontneemt de mogelijkheid om in bezwaar een juist besluit te nemen
X heeft pas in beroep foto’s van de woning ingebracht die hebben geleid tot beëindiging van het geschil, behoudens de proceskosten in beroep. Uit de toelichting leidt de rechtbank af dat het de vaste werkwijze van het bureau is om verzoeken van de heffingsambtenaar om onderbouwing in de bezwaarfase niet door te geven aan de cliënt en daar niet op te reageren richting de heffingsambtenaar. Daardoor ontneemt het bureau de heffingsambtenaar de mogelijkheid om in de bezwaarfase een juist besluit te nemen en het geschil op die wijze te laten eindigen en wordt er behoefte aan een beroepsfase gecreëerd. Het bureau beraamt het onnodig procederen met oog op een te verkrijgen proceskostenvergoeding in beroep. Er is sprake van onredelijk gebruik van procesrecht. De rechtbank veroordeelt X in de proceskosten van verweerder. Lees meer16 oktober 2024
WOZ / Uitzondering op relativiteitsvereiste
X stelt dat het relativiteitsvereiste niet kan worden ingeroepen nu X opkomt tegen een jegens hem genomen besluit. Het hof overweegt dat X terecht opkomt tegen het oordeel van de rechtbank dat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan een beoordeling van de vastgestelde waarde van de woning. Dit leidt echter niet tot gegrondverklaring. De HR heeft een uitzondering aanvaard in gevallen waarin uit de feiten volgt dat de gebruiker door een wijziging van de waarde niet in een gunstiger positie kan komen. X heeft niet aangetoond dat een verlaging van de WOZ-waarde een concreet financieel voordeel zou opleveren. Een mogelijk toekomstig belang is onvoldoende. Er is geen sprake van een ongerechtvaardigde beperking van de toegang tot de rechter, de toegang blijft gewaarborgd wanneer een rechtsmiddel tot een betere positie kan leiden.Lees meer16 oktober 2024
