Uitzondering op relativiteitsvereiste
X stelt dat het relativiteitsvereiste niet kan worden ingeroepen nu X opkomt tegen een jegens hem genomen besluit. Het hof overweegt dat X terecht opkomt tegen het oordeel van de rechtbank dat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan een beoordeling van de vastgestelde waarde van de woning. Dit leidt echter niet tot gegrondverklaring. De HR heeft een uitzondering aanvaard in gevallen waarin uit de feiten volgt dat de gebruiker door een wijziging van de waarde niet in een gunstiger positie kan komen. X heeft niet aangetoond dat een verlaging van de WOZ-waarde een concreet financieel voordeel zou opleveren. Een mogelijk toekomstig belang is onvoldoende. Er is geen sprake van een ongerechtvaardigde beperking van de toegang tot de rechter, de toegang blijft gewaarborgd wanneer een rechtsmiddel tot een betere positie kan leiden.
Terug naar kennisbankDATUM:
16 oktober 2024
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2024:2108
ZAAKNUMMER:
23/1189
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
