25 juli 2018
WOZ / Waarde woning gelijk aan koopsom bij aankoop vlak voor peildatum
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de woning. Belanghebbende heeft aangegeven dat hij de woning graag wilde hebben en daarom bereid was om meer te betalen. In geschil is of de waarde van de woning op een te hoog bedrag is vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag. (...)Lees meer24 juli 2018
WOZ / Betaalde prijs woning omvat niet de volledige tegenprestatie
Belanghebbende stelt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de koopprijs van de woning. Het hof overweegt dat indien een belastingplichtige een woning kort na de peildatum heeft gekocht, in de regel geldt dat de waarde overeenkomt met de betaalde prijs. De stelling van de heffingsambtenaar van de gemeente Tynaarlo dat geen sprake is van een prijs die de meestbiedende gegadigde zou willen betalen omdat de woning niet openbaar in de verkoop is gezet maar aan belanghebbende ter belegging is aangeboden, is in haar algemeenheid niet juist. (...)Lees meer20 juli 2018
WOZ / Geen strijd met goede procesorde door wijziging in tegenovergesteld standpunt
De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft de waarde vastgesteld op € 134.000. Belanghebbende wijzigt in een nader beroepschrift haar standpunt in die zin dat de waarde niet te hoog, maar te laag is vastgesteld, en bepleit nu een waarde van € 148.000. Lees meer13 juli 2018
WOZ / Voldoende rekening gehouden met verleende incentives
De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag heeft de WOZ-waarde van een kantoorge-bouw na bezwaar vastgesteld op € 35.620.000. Belanghebbende bepleit een waarde van € 22.539.000. Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar met het overzicht van huurwaarden van kantoorpanden rond de waardepeildatum, de matrix model Huurbandbreedte en een ambtsverslag aannemelijk gemaakt dat hij bij de bepaling van de waarden van de onroerende zaken gebruik heeft gemaakt van een huurwaarde die geenszins te hoog is. Lees meer13 juli 2018
Parkeerbelastingen / Niet valt uit te sluiten dat het parkeerkaartje achteraf is verkregen
Belanghebbende stelt dat zij de parkeerapparatuur in werking heeft gesteld en de verschuldigde parkeerbelasting heeft betaald. Het overgelegde parkeerkaartje was, aldus belanghebbende, weliswaar niet duidelijk zichtbaar achter de voorruit van haar auto geplaatst, maar was wel op de bestuurdersstoel van de auto zichtbaar. Het hof overweegt dat, met de in het digitale systeem vermelde verklaring van de beide parkeercontroleurs en de foto’s aannemelijk is gemaakt dat tijdens de controle geen kaartje zichtbaar was in de auto. Lees meer13 juli 2018
