Voldoende rekening gehouden met verleende incentives
De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag heeft de WOZ-waarde van een kantoorge-bouw na bezwaar vastgesteld op € 35.620.000. Belanghebbende bepleit een waarde van € 22.539.000.
Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar met het overzicht van huurwaarden van kantoorpanden rond de waardepeildatum, de matrix model Huurbandbreedte en een ambtsverslag aannemelijk gemaakt dat hij bij de bepaling van de waarden van de onroerende zaken gebruik heeft gemaakt van een huurwaarde die geenszins te hoog is. In dit oordeel ligt besloten dat de heffingsambtenaar bij de waardebepaling met de bij de verhuur van de onroerende zaken verleende incentives in voldoende mate rekening heeft gehouden. Indien, zoals belanghebbende bepleit, de in aanmerking te nemen huurwaarden van de onroerende zaken worden gesteld op de overeengekomen (bruto) huren verminderd met de door belang-hebbende in of bij de verhuurovereenkomst aan de huurder van de zaak verleende incentives, zouden deze huurwaarden in betekenende mate afwijken voor vergelijkbare onroerende zaken op of rond waardepeildatum per saldo overeengekomen huren. Dit is naar oordeel van het hof niet verenigbaar met de aan art. 17 lid 2 Wet WOZ ten grondslag liggende objectivering van de marktwaarde.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van artikel 81 RO.
DATUM:
13 juli 2018
ECLI:
ECLI:NL:HR:2018:1136
ZAAKNUMMER:
07/05007
INSTANTIE:
Hoge Raad
