20 januari 2026
Leges / Alleen legesvermindering voor toegelaten instellingen en niet voor commerciële marktpartij
B&W van de gemeente Den Haag verleent een legesvermindering voor gebouwde sociale huurwoningen. X is geen toegelaten instelling, maar een commerciële marktpartij. Zij stelt dat zij om sociale huurwoningen te realiseren, aan dezelfde voorwaarden moet voldoen als een toegelaten instelling, maar voor de legeskorting daarmee niet gelijkgesteld wordt. Volgens de rechtbank is er geen aanleiding om uit te gaan van een ruimer toepassingsbereik dan volgt uit de Regeling. X kwalificeert niet als een toegelaten instelling. Het aansluiten bij toegelaten instellingen is een bewuste keuze geweest. Dat de legeskorting hierdoor niet geldt voor commerciële partijen als X leidt dan niet tot een onredelijke of willekeurige heffing die de lagere wetgever niet voor ogen kan hebben gestaan. Lees meer20 januari 2026
Leges / Terecht geheven voor RVV-ontheffing
X voert aan dat de legesverordening voor marktondernemers enkel verwijst naar de Verordening marktgelden. Ook de Marktverordening bepaalt niets over legeskosten. De rechtbank stelt met X vast dat in de Marktverordening niet is bepaald dat voor aanvragen om voertuigen te mogen parkeren, leges geheven kunnen worden. In de Legesverordening is wel bepaald dat voor het aanvragen van een RVV-ontheffing leges in rekening worden gebracht. Op grond van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens is een ontheffing verplicht. De Marktverordening kan geen vrijstelling daarvan aan marktlieden verlenen. De marktgelden betaalt X voor de standplaats op de markt en het mogen uitoefenen van de markthandel. De leges betaalt X om zijn voertuig te mogen parkeren. Het gaat dus om verschillende belastbare feiten. Lees meer20 januari 2026
Parkeerbelastingen / Mislukte betalingstransactie voor risico van parkeerder
Volgens de rechtbank blijkt uit de door de heffingsambtenaar overgelegde transactiedetails van de parkeerautomaat dat de transactie is mislukt. X heeft dientengevolge niet betaald. De ‘betaling’ van X is na de mislukte betalingstransactie teruggestort door de bank. Daarmee staat vast dat de verschuldigde parkeerbelasting niet is voldaan, zonder dat X een bewijs heeft geleverd dat dit euvel (i) is veroorzaakt door een defect van deze specifieke parkeerautomaat waarbij dan ook (ii) niet op het display de melding zou zijn verschenen dat de betaling is mislukt. Het ligt op de weg van X om desgewenst bij de bank na te gaan wat maakt dat een gebruikelijke betaling van een zeer gering bedrag ‘zomaar’ wordt gestorneerd en teruggeboekt. Dat ligt in de risicosfeer van X, en dit niet betalen ligt niet in de risicosfeer van de heffingsambtenaar. De beroepsgrond kan daarom niet slagen.Lees meer16 januari 2026
WOZ / Werktuigenuitzondering bij PV-installatie
In geschil is de omvang van de werktuigenuitzondering bij een PV-installatie. Het hof oordeelde dat de werktuigenuitzondering niet van toepassing is op de gehele PV-installatie. X stelt dat het hof ten onrechte alleen heeft beoordeeld of de installatie bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en had moeten beoordelen of de zonnepanelen als onderdeel van het WOZ-object zelfstandigheid in bouwkundig opzicht hebben. De Hoge Raad oordeelt dat een opstalrecht geen onroerende zaak is in de zin van art. 16 Wet WOZ. Het hof daarom terecht alleen heeft beoordeeld of de PV-installatie op zichzelf een gebouwd eigendom is. Het Hof heeft terecht niet onderzocht of de PV-installatie bovendien zelfstandigheid in bouwkundig opzicht heeft. Dat criterium is alleen van belang bij de vraag of een onderdeel van een afzonderlijk WOZ-object op zichzelf als een gebouwd eigendom is aan te merken. Die situatie doet zich niet voor, nu niet in geschil is dat de PV-installatie een afzonderlijk WOZ-object vormt. Dit brengt mee dat de PV-installatie geen onderdeel is van een zodanig object.Lees meer15 januari 2026
