23 april 2026
Parkeerbelastingen / Geen naheffing wegens voldoening uitsluitend bij aanvang parkeren
X stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Hij voert aan dat ter plaatse een maximale parkeerduur van één uur geldt en dat hij voor dat uur parkeerbelasting heeft betaald. Daarna mocht hij niet langer parkeren en was hij niet verplicht om voor een langere duur belasting te voldoen. De verlengingsmogelijkheid acht hij slechts cosmetisch, omdat de Verordening bepaalt dat betaling van parkeerbelasting uitsluitend bij aanvang van het parkeren op aangifte kan plaatsvinden. Na het eerste uur kon daarom geen rechtsgeldige betaling meer worden gedaan en is naheffing volgens hem niet mogelijk. Het hof volgt X. (...)Lees meer22 april 2026
Parkeerbelastingen / Geldigheid van de parkeervergunning niet afhankelijk van de betaling
X heeft voor parkeren op 1 en 10 februari 2023 naheffingsaanslagen ontvangen. De parkeervergunning voor 2022 is volgens het hof op 16 december 2022 automatisch verlengd voor 2023, omdat voldaan is aan de voorwaarden van de Verordening fysieke leefomgeving. De verlengingsdatum is eveneens het tijdstip waarop de parkeerbelasting verschuldigd is. Het feit dat X de verschuldigde belasting pas op 13 februari 2023 heeft voldaan, doet niet af aan de verlenging. Uit de vergunning blijkt dat zij geldig is vanaf 1 januari 2023. In de Verordening parkeerbelastingen kan geen voorwaardelijke geldigheid van een parkeervergunning worden gelezen, dan wel een opschortende voorwaarde tot het tijdstip van voldoening van de verschuldigde belasting. (...)Lees meer20 april 2026
Invordering / Motiveringsgebrek in uitspraak op bezwaar gepasseerd
X stelt in bezwaar dat de betaling reeds was verricht en dat daarvan een printscreen is overgelegd. In de uitspraak op bezwaar is volstaan met een algemene constatering dat niet tijdig is betaald, zonder specifiek in te gaan op de concrete omstandigheden en argumenten van X. Volgens de rechtbank heeft de invorderingsambtenaar de uitspraak onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van art. 6:22 Awb, aangezien aannemelijk is dat X hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. De invorderingsambtenaar heeft namelijk in het verweerschrift en ter zitting alsnog toereikend gemotiveerd waarom de aanmaningskosten terecht in rekening zijn gebracht.Lees meer17 april 2026
Formeel / Rechterlijke bevoegdheid tot opvragen (nieuwe) machtiging
X stelt dat het hof geen grond had om een nieuwe machtiging te vragen die is gegeven na de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad overweegt dat een rechter op grond van art. 8:24, lid 2, Awb bevoegd is een dergelijke machtiging te vragen van een gemachtigde die geen advocaat is. Voor het opvragen van een machtiging is niet vereist dat de bestuursrechter in redelijkheid aanleiding kon vinden om eraan te twijfelen of de vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat. Om te kunnen beoordelen of een schriftelijke machtiging is ondertekend door de volmachtgever, mag de bestuursrechter om legitimatie van deze persoon vragen. (...)Lees meer14 april 2026
BIZ / Uitslag draagvlakmeting onvoldoende kenbaar gemaakt
Volgens het hof zijn de bekendmakingsvoorschriften van de Awb en de Bekendmakingswet niet van toepassing op het bericht dat van voldoende steun is gebleken voor de BIZ, omdat dit geen besluit is. Gelet hierop brengt het woord ‘bekendgemaakt’ in de Verordening niet mee dat hieronder slechts kan worden verstaan de publicatie in het Gemeenteblad. Vereist is dat de uitslag van de draagvlakmeting kenbaar wordt gecommuniceerd voor de bijdrageplichtigen. Hiervoor moet het bericht voor eenieder toegankelijk zijn en is de authenticiteit van het bericht buiten twijfel. Het bericht op de website “Blik op Noordwijkerhout” voldoet niet aan deze vereisten. In de Verordening is niet verwezen naar de website. (...)Lees meer13 april 2026
